12/10/2012

Raad van State herbevestigt zijn onbevoegdheid ten aanzien van 'Vlaamse' sociale huisvestingsmaatschappijen

De rechtsmacht van de Raad van State beperkt zich tot de "akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden en van de wetgevende vergaderingen" (artikel 14 RvS-wet).

Het feit dat het om een sociale huisvestingsmaatschappij gaat, die erkend is door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, die de Vlaamse Wooncode  moet naleven en die ook een doelstelling van algemeen nut nastreeft, volstaat niet om te besluiten dat zij kan worden beschouwd als een administratieve overheid.

Cruciaal is de vraag of de sociale huisvestingsmaatschappij, bij het gunnen van de opdracht, heeft gehandeld op grond van een bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen.

De loutere toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering volstaat hiertoe niet. Immers kan deze regelgeving ook - dwingend - van toepassing zijn op private personen.

In het arrest s.a. Hullbridge Associated van 22 juni 2011, met nr. 214.047, verklaarde de Raad van State zich wel bevoegd m.b.t. een Waalse huisvestingsmaatschappij, doch enkel om reden dat luidens de "Code wallon du logement" een dergelijke openbare huisvestingsmaatschappij een publiekrechtelijke rechtspersoon is.

Artikel 40 § 2 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode bepaalt daarentegen dat "de sociale huisvestingsmaatschappijen, zonder hun burgerlijk karakter te verliezen, de vorm aannemen van coöperatieve of naamloze vennootschappen met een sociaal oogmerk". "Het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op die maatschappijen voorzover daarvan niet wordt afgeweken in de Vlaamse Wooncode of in de statuten."


RvS 11 oktober 2012, nr. 220.973, CV GHR Partners Belgium t. cvba Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting
12/10/2012

De in de kennisgeving opgenomen beroepsmogelijkheid is niet bepalend voor de rechtsmacht

Het feit dat de aanbestedende overheid in de kennisgeving van de gunningsbeslissing ten onrechte verwijst naar de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State, houdt niet in dat de Raad van State dan, met miskenning van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zich de rechtsmacht zou moeten toe-eigenen die hem niet toekomt.

De handelwijze van de aanbestedende overheid kan wel een rol spelen bij het ten laste leggen van de kosten van het beroep.

RvS 11 oktober 2012, nr. 220.973, CV GHR Partners Belgium

Gepost door Sofie Logie

Blog Overheidscontracten
Tags Bevoegdheid & Rechtsmacht, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS, Sofie Logie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
28/09/2012

Een OCMW-ziekenhuis valt niet onder de bevoegdheid van de burgerlijke kortgedingrechter

Een  niet-gekozen inschrijver dagvaardde een OCMW-ziekenhuis naar analogie met privaatrechtelijke ziekenhuizen voor de burgerlijke rechter met het oog op schorsing van de gunningsbeslissing.

Deze verklaarde zich evenwel onbevoegd omwille van het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van het OCMW-ziekenhuis, beheerd overeenkomstig artikel 218 van het OCMW-decreet van 19 december 2008. Enkel het OCMW zelf kan in rechte aangesproken worden. Overeenkomstig artikel 65/24 van de wet van 24 december 1993 is enkel de Raad van State bevoegd om de schorsing van een gunningsbeslissing, uitgaande van een administratieve overheid, te bevelen.

De door de niet-gekozen inschrijver opgeworpen argumenten kunnen het gebrek aan rechtspersoonlijkheid niet verhelpen :

-  het OCMW-ziekenhuis beschikt over een eigen beheerscomité
-  het bestek vermeldt het OCMW-ziekenhuis als aanbestedende overheid
-  de gunningsbeslissing draagt de stempel van het OCMW-ziekenhuis.


Vz. Kortrijk 14 augustus 2012, 12/208/C, onuitgeg.

Tags