10/08/2018

Nu ook bemiddeling in bestuurszaken dankzij de Bemiddelingswet van 18 juni 2018

Op 2 juli 2018 werd de wet van 18 juni 2018 gepubliceerd houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing.

De Federale Bemiddelingswet voert een definitie van bemiddeling in:

‘De bemiddeling is een vertrouwelijk en gestructureerd proces van vrijwillig overleg tussen conflicterende partijen met actieve medewerking van een onafhankelijke en onpartijdige derde die de communicatie vergemakkelijkt en poogt partijen ertoe te brengen zelf een oplossing uit te werken’ (artikel 1723/1 Ger.W.)..

Wat de gerechtelijke bemiddeling betreft, kan de rechter in het begin van het geding, ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen een beroep op bemiddeling opleggen indien hij van mening is dat een toenadering haalbaar is. De kwaliteit van de erkende bemiddelaars wordt ook gevalideerd bij de bescherming van de uitoefening van het beroep van de titel. De structuur van de Federale Bemiddelingscommissie wordt gemoderniseerd en haar rol wordt versterkt.

Het toepassingsgebied van bemiddeling wordt expliciet uitgebreid naar publiekrechtelijke personen. Artikel 1724 bepaalt dat elk al dan niet grensoverschrijdend geschil van vermogensrechtelijke aard, met inbegrip van een geschil waar een publiekrechtelijke persoon is bij betrokken, het voorwerp van bemiddeling kan uitmaken.

Dit heeft tot gevolg dat de bemiddeling voortaan ook kan in geschillen met publiekrechtelijke overheden. Blijkens de parlementaire voorbereiding is niet elk geschil met een publiekrechtelijke overheid vatbaar voor bemiddeling. Dit kan echter door de publiekrechtelijke overheid zelf beoordeeld en gemotiveerd worden.

Binnen Publius is Dirk Van Heuven erkend bemiddelaar.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuursbemiddeling, Dirk Van Heuven
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
25/11/2015

Werking van de Raad voor Vergunningsbetwistingen geëvalueerd

Op 10 november 2015 debatteerde de Vlaamse parlementaire Commissie Financiën en Begroting over de werking van de Raad van Vergunningsbetwistingen en dit naar aanleiding van een vraag om uitleg van Vlaams parlementslid Lode Ceyssens omtrent de doorlooptijd van de procedures bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

We geven u alvast enkele weetjes uit het debat - o.m. verwijzende naar het jaarverslag van de Raad voor Vergunningsbetwistingen - mee:
  • de doorlooptijd voor procedures bij UDN bedraagt  gemiddeld 12 kalenderdagen met inbegrip van de betekening van het arrest
  • de doorlooptijd voor een gewone schorsingsprocedure bedraagt gemiddeld 5,5 maanden, waarna het arrest gemiddeld valt 28 dagen na de pleitzitting
  • de doorlooptijd voor vernietigingsprocedures bedraagt gemiddeld 18 maanden
  • de 'nieuwe' bestuurlijke lus treedt in werking vanaf 1 januari 2016
  • minister-president Bourgeois wil in de toekomst nog meer inzetten op bemiddeling in bestuurszaken en laat door de administratie een benchmark uitvoeren om te kijken of bemiddelingsprocedures in administratieve zaken succes boeken en tot welk percentage van effectiviteit die leiden, zowel hier in België (Vlaanderen), als in het buitenland
Lopende de commissievergadering kondigde minister-president Bourgeois alvast een nieuw debat aan over de integrale werking van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de andere Vlaamse bestuurscolleges.

Lees het integrale verslag van de commissievergadering hier.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Bestuursbemiddeling, Leandra Decuyper, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
21/05/2014

Bemiddeling in opmars

Een gemeente wordt als opdrachtgever aangesproken in een afrekeningsgeschil tussen een onderaannemer en een hoofdaannemer. Tegenover de gemeente werd door de onderaannemer de rechtstreekse vordering ingesteld (artikel 1798 BW).

In een tussenvonnis van 14 mei 2014 stelt de gemeente, na zulks zelf gesuggereerd te hebben aan partijen, een bemiddelaar aan waarbij de duur van zijn opdracht wordt vastgesteld op 3 maanden. In het vonnis wordt meteen het heikele punt van de provisionering van de bemiddelaar geregeld en wordt gesteld dat de onderaannemer en de hoofdaannemer zich akkoord verklaard hebben om elk de helft van de bemiddelingskosten te dragen.

Referentie: Rb. Hasselt 14 mei 2014, AR14/55/A, ng. (Pub504318)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuursbemiddeling, Dirk Van Heuven, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags