01/12/2016

Hervormde bestuurlijke lus doorstaat toets Grondwettelijk Hof!

Derde keer, goede keer.  Na eerdere vernietigingsarresten doorstaat de hervormde bestuurlijke lus (voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Milieuhandhavingscollege) ditmaal wél de vernietigingstoets van het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 153/2016 van 1 december 2016.  Klik hier voor het arrest.

25/11/2015

Bestuurlijke lus 3.0 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen treedt in werking op 1 januari 2016

In ons bericht van donderdag 29 oktober 2015 deelden wij mee dat het Grondwettelijk Hof met arrest nr. 152/2015 van 29 oktober 2015 de tweede versie van de (Vlaamse) bestuurlijke lus vernietigde. Tevens gaven wij mee dat de tweede versie van de bestuurlijke lus inmiddels werd vervangen door artikel 5 van het decreet van 3 juli 2015  tot wijziging van artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.


Hieronder volgen enkele van de inhoudelijke aanpassingen aan het besluit van 16 mei 2014:
  • partijen dienen schriftelijk standpunt in te nemen over de toepassing van de bestuurlijke lus
  • de kamervoorzitter bepaalt bij tussenuitspraak en op gemotiveerd verzoek van verwerende partij, met welke termijn de (aanvankelijke) hersteltermijn wordt verlengd
  • partijen delen schriftelijk hun standpunt mee over het herstel en de eventuele (tijdelijke) instandhouding van rechtsgevolgen van de bestreden beslissing
De bestuurlijke lus 3.0 treedt in werking op 1 januari 2016.

Zoals eerder ook aangehaald. We zijn benieuwd of de bestuurlijke lus 3.0 standhoudt. 

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Bestuurlijke lus, Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
30/10/2015

Bestuurlijke lus RvVb ten tweede maal vernietigd. Is een derde vernietiging onvermijdelijk?

Nadat het Grondwettelijk Hof met arrest nr. 74/2014 de eerste versie van de bestuurlijke lus voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft vernietigd (lees hier ons eerder blogbericht), heeft het Grondwettelijk Hof met arrest nr. 152/2015 van 29 oktober 2015 ook de tweede versie van de bestuurlijke lus vernietigd. Hier leest u dit arrest.


Evenwel is deze versie inmiddels wederom vervangen door artikel 5 van het decreet van 3 juli 2015  tot wijziging van artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges » (Belgisch Staatsblad van 16 juli 2015).

Het ziet er naar uit dat ook de derde versie van de bestuurlijke lus de zeer strenge toets van het Grondwettelijk Hof niet zal kunnen overleven.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijke lus, Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
29/10/2015

Bestuurlijke lus voor RvVb tweede maal vernietigd. Is een derde vernietiging onvermijdelijk?

Nadat het Grondwettelijk Hof met arrest nr. 74/2014 de eerste versie van de bestuurlijke lus voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft vernietigd (lees hier ons eerder blogbericht), heeft het Grondwettelijk Hof met arrest nr. 152/2015 van 29 oktober 2015 ook de tweede versie van de bestuurlijke lus vernietigd.  Hier leest u dit arrest.


Het ziet er naar uit dat ook de derde versie van de bestuurlijke lus de zeer strenge toets van het Grondwettelijk Hof niet zal kunnen overleven.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Bestuurlijke lus, Dirk Van Heuven, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
20/07/2015

Ook bestuurlijke lus van Raad van State moet eraan geloven

In het arrest nr. 103/2015 van 16 juli 2015 gaat het Grondwettlijk Hof kritisch door een aantal vernieuwingen in de reglementering van de Raad van State.  Ziehier het persbericht van het Grondwettelijk Hof zelf:

'Met uitzondering van de bestuurlijke lus is de wet over de hervorming van de Raad van State grondwettig 

In zijn arrest nr. 103/2015 van 16 juli 2015 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de wet van 20 januari 2014 houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State. Die wet omvat allerlei maatregelen om de rechtspleging voor de Raad van State doeltreffender te maken. Het Grondwettelijk Hof vernietigt enkel de bepaling over de bestuurlijke lus; nog twee andere bepalingen zijn enkel grondwettig indien ze worden toegepast zoals bepaald door het Grondwettelijk Hof. De Raad van State vernietigt in principe een bestuurshandeling wanneer hij vaststelt dat die onregelmatig is. De bestuurlijke lus laat daarentegen toe dat het bestuur een kleine onregelmatigheid nog tijdens de administratieve procedure rechtzet. Zoals het Grondwettelijk Hof eerder deed met de bestuurlijke lus in de Vlaamse regelgeving over ruimtelijke ordening, vernietigt het ook de bestuurlijke lus in de wet over de hervorming van de Raad van State. De bestuurlijke lus is om drie redenen ongrondwettig. Allereerst maakt de Raad van State bij het voorstellen van de toepassing van de bestuurlijke lus zijn standpunt over de uitkomst van het geschil kenbaar. Dit doet afbreuk aan het beginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bovendien wordt het recht op toegang tot de rechter beperkt omdat belanghebbenden geen beroep kunnen instellen tegen de beslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus wordt genomen. Ten slotte maakt de bestuurlijke lus het mogelijk dat de bestuurde de motivering van de beslissing pas te weten komt nadat hij reeds een beroep heeft ingesteld. Dit is niet verzoenbaar met de motiveringsplicht van overheden, die de bestuurde net in staat moet stellen om te beoordelen of er aanleiding bestaat om in beroep te gaan tegen een bestuurshandeling. 

De bestreden wet verankert ook de rechtspraak van de Raad van State over het belang bij het middel waardoor de aangevoerde onregelmatigheid in een middel een invloed moet kunnen hebben op de bestreden beslissing. De verzoeker moet dit niet zelf bewijzen. Het is de Raad van State die tot de vaststelling moet komen dat de bestreden bestuurshandeling zonder de aangevoerde procedurefout niet anders had geluid. Volgens het Hof kan deze regeling niet zo worden geïnterpreteerd dat een vereniging die een collectief belang nastreeft, enkel middelen zou kunnen aanvoeren waarbij de vereniging een persoonlijk belang heeft. Tot slot kan deze regeling alleen worden toegepast met eerbiediging van het Europese Unierecht. De eerbiediging van het Europese Unierecht is ook een voorwaarde voor de grondwettigheid van de wetsbepaling die de mogelijkheid voor de Raad van State aanpast 2 om de gevolgen van een vernietigde bestuurshandeling te handhaven. Volgens het Hof van Justitie kan het handhaven van de gevolgen worden belemmerd door het Europese Unierecht. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat het handhaven van de gevolgen van een nationale handeling die wegens schending van het Europese Unierecht vernietigd is, enkel door het Hof van Justitie kan worden toegestaan. Indien de Raad van State een handeling of een reglement nietigverklaart wegens schending van het Unierecht, kan hij de gevolgen van die bestuurshandeling dus in beginsel niet handhaven, tenzij bij uitzondering bepaalde restrictieve voorwaarden zijn vervuld, zoals uiteengezet door het Hof van Justitie. Daarenboven moet met het Europese Unierecht ook rekening worden gehouden wanneer de Raad van State een handeling of een reglement nietigverklaart om een andere reden dan een schending van het Europese Unierecht en de gevolgen van die bestuurshandeling handhaaft voor een bepaalde duur. Wanneer een ander rechtscollege niettemin een schending van het Unierecht vaststelt, zal het de bestuurshandeling in principe toch buiten toepassing moeten laten, ondanks het feit dat op dat ogenblik de bestuurshandeling nog bindende kracht heeft wegens de handhaving van de gevolgen van een nietigverklaring door de Raad van State. 

De bestreden bepalingen over de opschorting van de beroepstermijn, de vordering tot schorsing, het mandaat ad litem, het verlies van belang, de termijnverlening, het rolrecht en de rechtsplegingsvergoeding zijn grondwettig volgens het Grondwettelijk Hof'.

Referentie: http://www.const-court.be/public/n/2015/2015-103n.pdf
Zie ook ons eerder blogbericht over de vernietiging van de bestuurlijke lus bij de Raad voor Vergunningsbetwistingfen

Lees hier het bericht op onze blog Grondwettelijk recht.
Tags