14/11/2019

Rechtszekerheid tuincentra opnieuw op de helling

In een arrest nr. 179/2019 van vandaag, 14 november 2019, heeft het Grondwettelijk Hof beslist om de artikelen 77 en 79 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 "houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving", kortweg: de Codextrein, te vernietigen. 

Het Hof kwam tot deze vaststelling om een aantal redenen. Het Hof diende na te gaan of er een objectieve verantwoording voorligt voor een verschil in behandeling tussen zonevreemde tuincentra en andere zonevreemde bedrijven in agrarisch gebied. De redenen van decreetswijziging waren daarbij drieërlei:

  • het historisch gegroeid karakter van de zonevreemde activiteiten;
  • de moeilijkheden om de betrokken tuincentra te herlokaliseren;
  • de inpasbaarheid van hun activiteiten in de agrarische context.

Wat betreft het eerste criterium, het historisch gegroeide karakter, bepaalde het Hof dat de vaststelling dat een bedrijf reeds bijna 20 jaar onvergunde en onvergunbare activiteiten uitoefent - de wijziging diende immers vóór 1 mei 2000 te hebben plaatsgevonden -, geen pertinent criterium is om dergelijke bedrijven een vereenvoudigde toegang te verlenen tot het instrument van het planologisch attest. Het historisch gegroeid karakter van de zonevreemde tuincentra verantwoordt bijgevolg het verschil in behandeling met andere zonevreemde bedrijven niet.

Aangaande het tweede criterium stelde het Hof dat niet aangetoond is waarom de moeilijke herlokaliseerbaarheid niet zou gelden voor andere zonevreemde bedrijven. De vaststelling dat er in vele gevallen onvoldoende alternatieven voorhanden zijn voor de herlokalisatie van zonevreemde bedrijven, was immers, zo merkt het Hof op, precies een van de motieven voor de invoering van het planologisch attest. Opnieuw geen objectieve verantwoording.

Ook het derde en laatste criterium kon niet voor een objectieve verantwoording zorgen, aldus het Hof. Het Hof stelt dat de vereiste dat minstens vijftig procent van het terrein moet bestaan uit serres of gronden die actief gebruikt worden voor het kweken of conditioneren van bloemen, planten of bomen zo ruim omschreven is dat zij nauwelijks kan worden onderscheiden van het louter in leven houden van de planten voor verkoop.

Het Grondwettelijk Hof besloot dan ook om de regeling, zoals ingevoegd door de Codextrein, te vernietigen omwille van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen gelijke categorieën, zijnde zonevreemde bedrijven in agrarisch gebied. 

05/12/2019

Over intolerantie tot verdoken wraak : stadsinwoonster botst met RvVb en Raad van State

Na talloze procedures tegen een specifieke projectontwikkelaar, besliste een stadsinwoonster om een nieuw veraf gelegen woonproject van dezelfde ontwikkelaar te bestrijden. De deputatie kwam redelijkerwijze tot de vaststelling dat dergelijk beroep onontvankelijk is, de meer dan geruime afstand tussen haar woonplaats en het project indachtig. Zij kon immers onmogelijk de beperkt aangevoerde hinder ondervinden.

Een ontketende leeuw valt niet te temmen en aldus trok de stadsbewoonster naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen, alwaar zij per 12 juni 2018 het deksel op de neus kreeg. De Raad oordeelde dat haar belang niet te onderscheiden viel van dat van elke bewoner van het centrum van de stad. Zij woont immers niet in de onmiddellijke nabijheid van het project.

De Raad poneerde verder op adequate wijze:

De stelling dat de parkeerproblematiek zich zal verplaatsen naar de straat [van de stadsinwoonster], is een blote bewering, die nergens concreet wordt onderbouwd en evenmin waarschijnlijk is, gelet op de ruime afstand via de verkeerswegen tussen de straat en het vergunde bouwperceel, waarbij het station bovendien nog een buffer vormt.

En:

De verzoekende partij focust zich in essentie op het volgens haar verzadigd verkeer in de ruime omgeving doch stelt zich in dat opzicht op als behoeder van het algemeen belang, wat de facto neerkomt op een niet-toelaatbare actio popularis.

De stadsinwoonster kon zich opnieuw niet verzoenen met het voor haar nadelig arrest, waarna zij (onbegrijpelijkerwijze) cassatieberoep instelde. In het navolgend arrest van de Raad van State van 10 juli 2019 werd de deur voor de stadsbewoonster definitief gesloten.

Wie wraak zoekt, maakt best twee graven klaar.

Gepost door Isabelle Verhelle

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Isabelle Verhelle
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
03/12/2019

Guillaume Vyncke schrijft noot over de verantwoordelijkheid van een eigenaar bij het doorbreken van een stakingsbevel (RABG 2019-15, 1339-1345)

Guillaume bespreekt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Dendermonde van 22 februari 2019.

In het geannoteerde vonnis gaat de rechtbank in op de vraag in welke mate een eigenaar van een verhuurd onroerend goed (nog) kan worden aangesproken voor de betaling van een administratieve geldboete bij het doorbreken van een eerder verleend bevel tot staken. In casu resideerde de eigenaar van de grond voor het overgrote deel van het jaar in het buitenland en voerde deze aan dat niet hijzélf, maar zijn huurder, het stakingsbevel had doorbroken. De rechtbank concludeerde dat de eigenaar - eisende partij in de procedure - in zijn beperkte mogelijkheden het nodige had gedaan om zijn huurder aan te sporen de doorbreking van het stakingsbevel stop te zetten, waardoor de administratieve geldboete hem niet ten laste kon worden gelegd.

Blog Publius Nieuws
Tags Guillaume Vyncke, Handhaving stedenbouw, VCRO, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
02/12/2019

Verzoek tot behoud gevolgen vernietigingsarrest: streng en uitzonderlijk

Artikel 14, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State biedt aan een procespartij de mogelijkheid om de vordering tot behoud van de gevolgen van de bestreden akte uiterlijk in de laatste memorie te formuleren.

Er moet bewezen worden dat de vernietiging, specifiek vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid, onaanvaardbare gevolgen zal hebben en dat, om uitzonderlijke redenen, weliswaar een tempering kan worden gerechtvaardigd van een onvoorwaardelijke nietigverklaring door de uitwerking ervan in de tijd te moduleren. Het kan niet worden aanvaard dat via dit artikel de gevolgen van de nietigverklaring volledig teniet worden gedaan en het arrest dat de nietigverklaring uitspreekt, wordt uitgehold.

In een zaak die geleid heeft tot een arrest van de Raad van State van 21 november 2019 wordt het ingeroepen artikel 14ter afgewezen met navolgende motivering:

In dit geval maken de tussenkomende partijen slechts in algemene bewoordingen gewag van onredelijke nadelen op economisch, sociaal en financieel vlak. De precieze omvang van die nadelen wordt echter niet behoorlijk gestaafd noch toegelicht. Daarom bestaat er geen dwingende reden om aan te nemen dat de gevolgen van de vernietiging van de bestreden beslissing zo uitzonderlijk zijn dat ze moeten worden getemperd met toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Een nauwkeurige en concrete aanduiding van de nadelige gevolgen, gestaafd met onbetwistbare documenten én in relatie tot de rechtszekerheid, is aldus het minimum minimorum teneinde artikel 14ter RvS-wet succesvol te kunnen inroepen.

Gepost door Isabelle Verhelle

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Isabelle Verhelle
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
29/11/2019

Beleidsplan Vlaams-Brabant ligt ter inzage

Zoals in een eerder blogbericht reeds aangekondigd http://www.publius.be/nl/wat/publius-blogs/provinciale-beleidsplannen-belangrijk-voor-retailsector/ ligt thans ook de conceptnota ‘Provinciaal Beleidsplan Vlaams-Brabant’ ter inzage. Meer informatie kan teruggevonden worden op https://www.vlaamsbrabant.be/wonen-milieu/wonen-en-ruimtelijke-ordening/structuurplan-uitvoeringsplannen/beleidsplan-ruimte-vlaams-brabant/index.jsp. Input op de conceptnota kan geformuleerd worden van 1 december 2019 tot en met 14 februari 2020. Opmerkingen bij de kennisgevingsnota kunnen geformuleerd worden binnen 60 dagen vanaf 1 december 2019.

Gepost door Günther L'heureux

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Günther L'heureux, RUP, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
28/11/2019

Bezint eer ge begint: als aanvrager heeft een UDN-procedure tegen een vergunningsweigering zo goed als geen slaagkans

Geheel terecht heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen op 10 juli 2019 een schorsingsvordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid afgewezen wegens het gebrek aan enig nuttig effect wanneer een vergunningsweigering in laatste administratieve aanleg voorligt. De RvVb overwoog dienaangaande op pertinente wijze:

De schorsing (bij uiterst dringende noodzakelijkheid) van de tenuitvoerlegging van de in laatste administratieve aanleg genomen weigeringsbeslissing heeft in beginsel geen nuttig effect voor verzoekende partij als aanvrager van de vergunning, gezien een schorsing niet noodzakelijk tot gevolg heeft dat zij de uitbating van de groothandel op wettige wijze kan verderzetten. Zij beschikt alsdan nog steeds niet over de met haar aanvraag beoogde omgevingsvergunning voor onder meer de functiewijziging. Een eventuele schorsing impliceert evenmin dat verwerende partij er principieel toe is gehouden om de geschorste weigeringsbeslissing (in te trekken en) te heroverwegen, laat staan dat zij alsdan een nieuwe positieve beslissing moet nemen, en met name een (regularisatie)vergunning moet verlenen aan verzoekende partij.

De bedoeling van verzoekende partij om verwerende partij ertoe aan te zetten om de bestreden beslissing te heroverwegen met inachtneming van het gezag van gewijsde van het schorsingsarrest miskent overigens de finaliteit van de (uitzonderlijke) procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, terwijl de beweerde onwettigheid van de bestreden beslissing in beginsel op zich geen element vormt waarop de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering kan worden gesteund.

Ook een gewone schorsing zal in dezelfde omstandigheden (zijnde een vergunningsweigering in laatste administratieve aanleg als aanvrager) weinig soelaas brengen. Een verwittigd man is er twee waard.

Gepost door Isabelle Verhelle

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Isabelle Verhelle
Stel hier je vraag bij dit blogbericht