21/01/2019

Raad van State oordeelt soepel(er) over 'Dimarso-vereiste' dat de beoordelingsmethode om een overheidsopdracht te gunnen op voorhand moet vastgesteld zijn

Het Hof van justitie heeft in het bekende TNS Dimarso-arrest nr. C-6/15 van 14 juli 2016 geoordeeld dat de beoordelingsmethodee weliswaar niet op voorhand moet bekendgemaakt worden, maar in beginsel wél op voorhand moet worden vastgesteld.

Het was de vraag of elk gunningsverslag onwettig zou worden bevonden als niet voorafgaand aan de offertes duidelijk was vastgesteld welke beoordelingsmethode zou gebruikt worden.

Het arrest nr. 240.866 van 1 maart 2018 deed veronderstellen dat de Raad van State zich strikt zou opstellen. Ut het arrest nr. 243.420 van 17 januari 2019 lijkt evenwel te kunnen worden afgeleid dat de Dimarso-vereiste zich enkel doet gelden als uit het gunningsverslag blijkt dat een op voorhand niet vastgestelde bijzondere beoordelingsmethode werd gevolgd:

'5.1. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van “artikel 4 van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 en het gelijkheidsbeginsel, transparantiebeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”.

Zij betoogt:

Krachtens rechtspraak van het Hof van Justitie en de Raad van State is de aanbestedende overheid in principe verplicht om vóór de opening van de offertes de beoordelingsmethodiek van een gunningscriterium vast te stellen, om aldus transparant te handelen en alle ondernemingen gelijk te behandelen. Uit de opdrachtdocumenten blijkt niet dat de gemeente Dilbeek de beoordelingsmethodiek voor gunningscriterium nr. 1 in verband met de kwaliteit vóór de opening van de offertes heeft vastgesteld, er werd immers geen methodiek meegedeeld aan de inschrijvers. Uit het verslag van nazicht lijkt te kunnen worden afgeleid dat de gemeente wel degelijk een bijzondere methodiek heeft toegepast voor dit ene gunningscriterium, waarvan de toepassing bijzonder nadelig is gebleken voor verzoekende partij. Het komt aan de gemeente Dilbeek toe om te bewijzen dat de gehanteerde beoordelingsmethodiek voorafgaand aan de opening van de offertes werd vastgesteld overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Raad van State.”

De verzoekende partij licht toe dat het bestek op geen enkele wijze melding maakt van enige beoordelingsmethodiek die zal worden gehanteerd bij de beoordeling van de (BAFO-)offertes van de inschrijvers en aan de hand waarvan op objectieve wijze punten worden toegekend en een rangschikking kan worden opgesteld.

Uit de tekst van de beoordeling van het kwaliteitscriterium voor perceel 3 kan volgens de verzoekende partij worden afgeleid dat de gemeente Dilbeek lijkt te hebben gewerkt aan de hand van een systeem van puntenaftrek.

Tekortkomingen in de offerte of de demo van de inschrijvers worden aldus ogenschijnlijk gelijkgesteld met een vermindering van het maximaal aantal punten.

Het voorgaande impliceert volgens de verzoekende partij dat de gemeente Dilbeek een uitdrukkelijk bewijs, daterend van voor de opening van de offertes, dient voor te leggen dat de voormelde beoordelingsmethodiek – met puntenaftrek per tekortkoming – werd vastgesteld. Tevens moet uit de vastgestelde beoordelingsmethodiek blijken hoe de tekortkomingen gewaardeerd zullen worden en dus hoeveel punten afgetrokken worden, gelet op de aard en de mate van de tekortkoming.

Voorts dient volgens de verzoekende partij opgemerkt te worden dat enkel voor de beoordeling van het betrokken gunningscriterium, namelijk het gunningscriterium nr. 1 "Kwaliteit" bij het derde perceel, wordt gebruikgemaakt van een stelsel van puntenaftrek. Voor de overige gunningscriteria bij het derde perceel, alsook voor het gunningscriterium "Kwaliteit" en andere gunningscriteria bij de overige percelen wordt een dergelijk systeem niet gebruikt.

De verzoekende partij meent dat de gemeente Dilbeek blijkens de gehanteerde beoordelingsmethodiek – puntenaftrek voor tekortkomingen – en de puntenaftrek van 15 punten ingevolge de demo, eigenlijk een nieuw gunnings-criterium "demo" heeft toegevoegd. De demo is aldus niet langer een element om de kwaliteit te beoordelen, het is getransformeerd naar een afzonderlijk criterium dat op zichzelf klaarblijkelijk (minstens) 15 punten waard is. Dit was de verzoekende partij op voorhand niet bekend.

Beoordeling

5.2.1. Te dezen blijkt uit de motivering dat de aanbestedende overheid zich voor de beoordeling van het eerste gunningscriterium en de vraag of het door de inschrijvers aangebodene kwalitatief voldoet aan de gevraagde functionaliteiten, heeft gesteund op de offerte en de demo. Zij lijkt terecht, gelet op de hiervoor geselecteerde bestekbepaling, in die motivering te stellen dat "[e]r werd meegegeven dat uit de demo moest blijken dat aan de gevraagde functionaliteiten kon worden voldaan". Voor de gekozen inschrijver werden twee punten in mindering gebracht omdat uit de offerte bleek dat een aantal zaken in de offerte anders werden ingevuld dan wat de verwerende partij hieromtrent verwachtte; bij de verzoekende partij werden 15 punten afgetrokken omdat uit de demo niet bleek dat de gevraagde (en in de offerte aangeboden) functionaliteiten ook steeds in de effectieve werkomgeving konden worden getoond. Op die wijze lijkt het niet dat enige bijzondere berekeningswijze werd toegepast bij de evaluatie, maar lijken de offertes gewoon inhoudelijk aan het gunningscriterium kwaliteit afgetoetst, zoals in het bestek is bepaald, namelijk “[d]e beantwoording aan de gevraagde formaliteiten wordt beoordeeld aan de hand van de offerte en de demo, conform III.6”. De evaluatie van dit gunningscriterium lijkt aldus op een volgens het bestek bepaalde manier te zijn gebeurd, namelijk rekening houdend met de mate waarin de offerte beantwoordt aan de vereiste functionaliteiten volgens het bestek én met de mate waarin de demo daarvan blijk geeft.

5.2.2. Het eerste middel is niet ernstig'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidsopdrachten
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/07/2019

Onteigeningen, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en Publius

Deze week vernamen we bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat er al 5 onteigeningsdossiers werden gepleit voor de  Raad… en dat ons kantoor in alle 5 betrokken is. :) 

De Raad voor Vergunningsbetwistingen is sedert 1 januari 2019 bevoegd voor de administratieve beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten.  De Raad van State, die voorheen bevoegd was inzake onteigeningen, behandelt  enkel nog de cassatieberoepen tegen de uitspraken van de RvVb.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Leandra Decuyper, Onteigeningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/07/2019

Uitzonderingen op de omgevingsvergunningsplicht zijn strikt te interpreteren (2). Over artikel 2 §3 van het Functiewijzigingenbesluit

Het hof van beroep te Antwerpen heeft zich in het arrest van 26 juni 2019 (zie ook vorig blogbericht) uitgesproken over artikel 2, §3 van het besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen, dat bepaalt:

‘Vrijgesteld van deze omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is het in een woongebouw uitoefenen van functies, complementair aan het wonen, zoals kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen, verblijfsrecreatie, detailhandel, restaurant, café en bedrijvigheid, mits aan alle van de volgende vereisten voldaan is:

1° het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied
2° de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie
3° de complementaire functie bestaat uit een geringere oppervlakte dan de woonfunctie met een totale maximale vloeroppervlakte van 100 m²
4° de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvergunningen of omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden’.

Het hof van beroep te Antwerpen spreekt tegen dat in het aan haar voorgelegde geval sprake was van ‘een woongebouw’:

Ook al gaat het met zekerheid over één gebouw, even zeker is, zoals uit de foto’s blijkt, nochtans dat de schuur fysiek afscheidbaar is van het woongedeelte van hetzelfde gebouw en is omgevormd tot feestzaal. De schuur is nooit voor wonen bestemd of gebruikt geweest, nu zij als opslagplaats en garage is gebruikt’.

De uitzonderingsregel kan dus niet gebruikt worden om in een schuur, aansluitend van het woongedeelte, een feestzaal in te richten.

Boeiend is ook de uitspraak van het hof in verband met de berekening van de oppervlakte van 100 m². De exploitant van de feestzaal had een landmeter uitgenodigd om oppervlakkige metingen te doen en als bij toeval bedroeg de feestzaal 99 m².

Het hof stelt zich vragen over het gedeelte van de schuur dat met een houten wand werd dichtgemaakt. Uit de foto’s kan niet met zekerheid worden afgeleid dat deze houten wand kan opengemaakt worden. In ieder geval stelt het hof dat de landmeter ten onrechte de inkomsas met een oppervlakte van 1,7 m² heeft uitgesloten van zijn berekening, ‘terwijl de inkom van de feestzaal zonder twijfel wel deel uitmaakt van de feestzaal’.

Nog frappanter is dat het hof opmerkt dat uit niets blijkt ‘dat de opmetingen van de landmeter rekening hebben gehouden met het terras’. Hieruit kan afgeleid worden dat bij de berekening van de 100 m²-drempel niet enkel rekening moet gehouden worden met de functiewijziging binnen in als met de functiewijziging in open lucht. Het terras werd immers ook door de feestzaal gebruikt.

Referentie: Antwerpen, 26 juni 2019, nr. 2019/6383, ng. (Pub506703-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/07/2019

Uitzonderingen op de omgevingsvergunningsplicht zijn strikt te interpreteren (1): Over artikel 7.3 van het Vrijstellingenbesluit

Het hof van beroep te Antwerpen heeft zich in een arrest van 26 juni 2019 uitgesproken over artikel 7.3 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is:

‘Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor een tijdelijke wijziging van de hoofdfunctie van een bestaand, hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw, als de tijdelijke functiewijziging een maximale duur van 4 periodes van 30 aaneen gesloten dagen per kalenderjaar niet overschrijdt. Op de eerste dag van de functiewijziging begint de periode van 30 dagen te lopen ongeacht of de functiewijziging de volle 30 dagen gebeurt. De periodes van 30 dagen kunnen aaneengesloten zijn, maar overlappen elkaar niet’.

Het hof van beroep besliste:

‘Uit de stukken, foto’s en aanvragen tot het bekomen van een vergunning uitgaande van mevrouw M. zelf, blijkt dat er van enige tijdelijkheid geen sprake is. De omvorming van de schuur naar feestzaal is definitief en de uitbating van de feestzaal is meer dan tijdelijk, namelijk niet slechts voor 4 maal 30 dagen per jaar. Deze uitzondering op de vergunningsplicht is aldus niet van toepassing’.

De uitspraak van het hof is meer dan interessant. Het blijkt dat artikel 7.3 van het Vrijstellingenbesluit niet kan gebruikt worden om een constructie duurzaam in te richten voor een bepaalde stedenbouwkundige functie, zelfs niet indien de uitbating minder bedraagt dan 4 maal 30 dagen per jaar.

Referentie: Antwerpen, 26 juni 2019, nr. 2019/6383, ng. (Pub506703-1).

 

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
05/07/2019

Substituerende milieustakingsvorderingen die werden ingeleid vóór 1 januari 2019 moeten verder behandeld worden

Met blogbericht van 11 september 2019 lieten we u weten:

'Een van de vele innovaties van het Decreet over het lokaal bestuur is dat artikel 194 Gemeentedecreet zondermeer wordt geschrapt. Dit artikel liet toe dat als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad nalaat in rechte op te treden, een of meer inwoners in rechte kunnen optreden namens de gemeente, mits zij de zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.  Zowel natuurlijke personen als milieuverenigingen maakten gretig gebruik van dit substituerend vorderingsrecht, in het bijzonder bij de zogenaamde milieustakingsvorderingen.

Artikel 577,50° DLB heft artikel 194 van het Gemeentedecreet op, hetgeen ook meteen het einde inluidt van de substituerende milieustakingsvordering. Deze opheffing treedt in werking op 1 januari 2019. Alle lopende milieustakingsprocedures worden gewoon verder afgehandeld'.

De afschaffing van de zgn. substituerende milieustakingsvordering werd aanbgevochten voor het Grondwettelijk Hof. Er is nog geen uitspraak.

In een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni 2019 wordt bevestigd dat de lopende milieustakingsprocedures niet komen te vervallen. Het Antwerpse hof was gevat door een aantal buurtbewoners die namens hun gemeente de sluiting van een onvergunde feestzaal vorderden.  De exploitant van de feestzaal wierp tegen dat het substituerende vorderingsrecht was vervallen. Het hof antwoordt dat niet wordt aangetoond dat de opheffing van artikel 194 Nieuwe Gemeentewet terugwerkende kracht heeft. Doordat de dagvaarding werd ingeleid voor 1 januari 2019, werd de vordering ontvankelijk bevonden.

Het is de inleidende dagvaarding die telt. Na 1 januari 2019 is het (vooralsnog) onmogelijk om een nieuwe substituerende milieustakingsvordering in te leiden.Er is o.i. dus geen beletsel dat na 1 januari 2019 nog beroep wordt aangetekend tegen de uitspraak in eerste aanleg. .  

Referentie: Antwerpen 26 juni 2019, nr. 2019/6383, ng. (PUB506703-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Milieustaking
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags