15/06/2017

Hoorplicht van toepassing bij bijzondere vergunningsprocedure GSA?

Het Grondwettelijk Hof biedt een tweeledig antwoord op bovenstaande vraag.

Er bestaan twee onderscheiden administratieve procedures voor de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning: een reguliere procedure en een bijzondere procedure voor handelingen van algemeen belang of voor aanvragen ingediend door publiekrechtelijke rechtspersonen.

Handelingen van algemeen belang zijn door de Vlaamse Regering aangewezen handelingen die betrekking hebben op openbare infrastructuur of openbare wegen, nutsvoorzieningen, infrastructuur op het grondgebied van meerdere gemeenten of infrastructuur ten behoeve of ten bate van de uitoefening van een openbare dienst.

De bijzondere procedure beoogt te vermijden dat gemeenten voor projecten die het gemeentelijk belang overstijgen in strijd met het algemeen belang zouden beslissen.

Het recht om gehoord te worden wordt zowel in de reguliere procedure als de bijzondere procedure gewaarborgd door de organisatie van een openbaar onderzoek. Bij de reguliere procedure wordt evenwel bijkomend in een administratief beroep voorzien waarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid wordt geboden om te worden gehoord door de deputatie. In de bijzondere procedure bestaat dergelijke mogelijkheid niet.

Het Grondwettelijk Hof acht dit verschil in zijn arrest van 15 juni 2017 met nr. 73/2017 niet problematisch:

‘[…]

Die bijkomende mogelijkheid tot inspraak staat in rechtstreeks verband met het administratief beroep waarin de reguliere procedure voorziet en met het verslag dat de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar, vóór elke beslissing over het administratief beroep, dient op te maken. Dat verslag onderscheidt zich van de adviezen die vóór de beslissing over de vergunningsaanvraag moeten worden ingewonnen en die ertoe strekken de vergunningverlenende overheid zo volledig mogelijke informatie te verschaffen zodat zij daarmee naar behoren rekening kan houden.

Het vermelde verslag wordt opgemaakt door de bevoegde ambtenaar op hetzelfde bestuursniveau als de deputatie die, op grond van dat verslag, haar beslissing omtrent het ingestelde beroep dient te nemen. Het verslag plaatst de vergunningsaanvraag in het kader van de regelgeving, de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening. De provinciale stedenbouwkundige ambtenaar kan bij zijn onderzoek bijkomende inlichtingen inwinnen bij de adviserende instanties. Het recht om te worden gehoord waarborgt dat de vergunningsaanvrager en de beroepsindieners hun standpunt inzake dat verslag aan de beroepsinstantie kunnen meedelen.

Aangezien de bijzondere procedure niet in de mogelijkheid van een administratief beroep voorziet, zijn er geen beroepsindieners en is er geen verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar waarover een standpunt moet worden ingenomen.

Het verschillende verloop van de bijzondere procedure, vergeleken met de gewone procedure, biedt bijgevolg een redelijke verantwoording voor het verschil in mogelijkheid tot inspraak. […]’

Wel problematisch is het volgens het Hof wanneer met toepassing van de bijzondere procedure een nieuwe vergunning wordt verleend nadat een eerste vergunning werd vernietigd.

Het Hof overweegt als volgt:

‘[…] In die hypothese dient, ook al voorziet de toepasselijke wetgeving niet in een dergelijke formaliteit, het recht om te worden gehoord als beginsel van behoorlijk bestuur toepassing te vinden. De beroepsindieners die de eerste vergunning hebben aangevochten zijn weliswaar niet de adressaten van de nieuwe vergunning, maar zij zouden door die vergunning op ernstige wijze in hun belangen kunnen worden geraakt. De vergunningverlenende overheid dient hun derhalve de gelegenheid te bieden, wanneer zij in de procedure tot het verlenen van een nieuwe vergunning niet in een nieuw openbaar onderzoek voorziet, hun standpunt inzake de gevolgen van het vernietigingsarrest uiteen te zetten. Dat arrest vormt immers een nieuw element waarmee de vergunningverlenende overheid rekening zal dienen te houden.’

[eigen aanduiding]

Het door het Grondwettelijk Hof beoordeelde procedures zijn deze uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Deze bepalingen werden inmiddels opgeheven ten voordele van de omgevingsvergunning.

Middels artikel 62 van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt alvast voorzien in een hoorrecht voor de vergunningsaanvrager en elke beroepsindiener.

 

Gepost door Meindert Gees

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Hoorplicht, Meindert Gees, Omgevingsvergunning, Stedenbouwkundige vergunning, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
20/11/2017

Wat is de rechtsband tussen een eerste en een tweede negatieve evaluatiebeslissing?

In het het arrest nr. 239.910 van 17 november 2017, geveld bij uiterst dringende noodzakelijkheid, licht de Raad van State toe:

'6.1. Verzoeker leidt een eerste middel af uit het door hem ingediende verzoekschrift tot vernietiging van de beslissing van 27 juni 2016 tot eerste ongunstige evaluatie, “hangende voor [de] Raad en gekend onder het rolnummer G/A 220.186/X-16720”. Uiteengezet wordt dat verzoeker de (drie) middelen die hij in die zaak aanvoerde “integraal” bijtreedt en herneemt en dat, aangezien deze eerste beslissing tot ongunstige evaluatie manifest onwettig is en bijgevolg moet worden vernietigd, “dit dan ook onmiskenbaar de ongeldigheid van de thans be[s]treden beslissing tot tweede ongunstige evaluatie van verzoeker tot gevolg [heeft]”.

7. De bestreden beslissing van 23 oktober 2017 is het resultaat van de bijzondere evaluatie van verzoeker, die gevolgd is op zijn ongunstige evaluatie van 27 juni 2016 over de periode van 1 april 2014 tot 31 maart 2016. Deze ongunstige evaluatie van 27 juni 2016 lijkt er niet specifiek op gericht de bestreden bijzondere evaluatie voor te bereiden. Het belet op het eerste gezicht niet dat er tussen de beide beslissingen toch een zodanige band bestaat dat indien de eerste beslissing wordt vernietigd, of ten minste wordt geschorst, daardoor de vereiste grondslag voor de tweede beslissing wegvalt of onwerkzaam wordt.

8. Weliswaar heeft verzoeker tegen zijn ongunstige evaluatie van 27 juni 2016 het annulatieberoep gekend onder nr. A. 220.186/X-16.720 ingediend, maar daar is nog geen uitspraak over gedaan. Ook is de ongunstige evaluatie niet geschorst. Aangezien het verzoekschrift dat verzoekster in het eerste middel aanvoert (nog) niet tot de vaststelling heeft geleid, weze het slechts voorlopig, van de onwettigheid van de ongunstige evaluatie van 27 juni 2016, wordt het op het eerste gezicht dan ook tevergeefs aangewend om de schorsing van de bestreden bijzondere evaluatie te verkrijgen. Het middel is niet ernstig'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Ambtenarenrecht, Dirk Van Heuven
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/11/2017

Codextrein in tweede stemming goedgekeurd. Inwerkingtreding Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid uitgesteld!

Het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving - waar de onmogelijkheid om nog in administratief beroep te gaan tegen een vergunning indien er geen bezwaarschrift werd ingediend in het kader van het openbaar onderzoek deel van uitmaakt (zie eerder blog) - werd vandaag door de Commissie voor Leefmilieu, Natuurlijk, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn, en na negatief advies van de Raad van State, goedgekeurd. 

Door de controverse die erond ontstaan is (lees: het negatieve advies van de Raad van State) heeft het parlementair proces vertraging opgelopen.

Deze vertraging heeft één groot gevolg. De Vlaamse Regering ziet zich niet meer in staat om tegen 1 januari 2018 de nodige uitvoeringsbesluiten te maken teneinde het Decreet Integraal Handelsvestigingenbeleid in werking te doen treden. Hierdoor wordt in inwerkingtreding uitgesteld tot een datum die door de Vlaamse Regering nog zal bepaald worden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Van zodra er meer documenten ter beschikking zijn, brengen wij u verder op de hoogte.

12/11/2017

Raad van State beslecht discussie over artikel 8 aanvullend stedenbouwkundig voorschrift van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse

Artikel 8 luidt als volgt:

'Bijzondere bepalingen betreffende de woongebieden
Behoudens andersluidende bepalingen in dit besluit, in een door Ons reeds goedgekeurd en niet in herziening gesteld bijzonder plan van aanleg, in een behoorlijk toegekende en nog niet vervallen verkavelingsvergunning of in een bouwverordening, gelden voor het  bouwen van woningen in de door het gewestplan vastgestelde woongebieden volgende voorschriften:

1. binnen de in het gewestplan aangeduide grenzen van de stadscentra van Halle, Vilvoorde en Asse wordt het aantal bouwlagen van de woningen vastgesteld in functie van het bijzonder karakter van de wijk, van de breedte van de straat en van de vloer-grond index van het te bebouwen perceel; het maximum aantal woonlagen mag in geen geval vier woonlagen overtreffen;
2. elders in het gewest is het aantal woonlagen van de woningen ten hoogste twee.

In de aaneengebouwde gedeelten van steden en gemeenten mag, zonder dat vier woonlagen worden overschreden, van de in het eerste lid, 2, gestelde regel afgeweken worden:
a) door een door Ons goedgekeurd bijzonder plan van aanleg;
b) wanneer in een straat meer dan de helft van de na 1950 opgetrokken woningen meer dan twee woonlagen tellen; in dat geval wordt het maximum aantal woonlagen vastgesteld in functie van het aantal woonlagen van de omringende woningen aan dezelfde kant van de straat.

De in dit artikel gestelde voorschriften zijn niet van toepassing op gronden die vóór de inwerkingtreding van dit besluit gekocht werden als bouwgrond op basis van een stedenbouwkundig attest dat het aantal toegelaten bouw- of woonlagen aanduidt en waarvan de geldigheidsduur nog niet verstreken is. Het maximum aantal woonlagen mag evenwel in geen geval vier woonlagen overtreffen'.

Dé vraag was of de beperkingen ook gelden voor de vebouwing van bv. een handelsgebouw naar een woonfunctie?  In het arrest nr. 207.234 van 7 september 2010 meende de Raad van State van niet en de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het arrest nr. RvVb/A/1617/0548 van 7 februario 2017 dan weer wél.  Aldus moest de Raad van State als cassatierechter tussenkomen.

Dit gebeurt in het arrest nr. 239.569 van 26 oktober 2017.  Op andersluidend advies van de auditeur, verlaat de Raad van State de eerdere, eigen rechtspraak en sluit zich aan bij de zienswijze van de RvVb onder deze bewoordingen:

'Bouwen van woningen in het eerste lid van deze bepakling is - in de spraakgebruikelijke betekenis - het in meterialen en onderdelen tot woningen samenvoegen, construeren, optrekken, in elkaar zetten.  Het middel dat ervan uitgaat dat het verordenend aanvullend voorschrift van artikel 8 van het gewestplan niet geldt voor het verbouwen van constructies tot woningen binnen de woongebieden van het gewestplan, faalt naar recht'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/11/2017

Uitvoeringsbesluit van het Vlaamse Onteigeningsdecreet goedgekeurd!

Op 1 januari 2018 treedt de nieuwe procedure rond onteigeningen in werking. Het Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 zorgt voor een eenvormige, proactieve en efficiënte onteigeningsprocedure voor alle onteigeningen binnen het Vlaams Gewest. Het decreet past ook op consequente wijze het subsidiariteitsprincipe toe. De lokale besturen kunnen voortaan autonoom beslissen of ze een onteigening uitvoeren en de democratisch gelegitimeerde lokale autoriteiten oefenen hun toezichtsrol uit op lokale instanties die onteigenen.  Er wordt hiervoor verwezen naar onze eerdere blogs.

Met het uitvoeringsbesluit van 27 oktober 2017 zijn nu ook een aantal praktische modaliteiten bepaald.

U vindt het goedgekeurd uitvoeringsbesluit, met bijhorend verslag van de Vlaamse Regering, hier.

Het digitaal platform is nog in ontwikkeling en treedt pas later in werking.

Meer informatie kunt u ook altijd hier vinden.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen
Tags Merlijn De Rechter, Onteigeningen, Vastgoed
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/11/2017

Ontwerp Decreet Lokaal Bestuur ingediend in Vlaams Parlement

Op 30 oktober 2017 werd het ontwerp van het Decreet Lokaal Bestuur ingediend in het Vlaams Parlement, nadat het eerst door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. 

Het decreet beoogt een maximale integratie van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waarbij er twee aparte rechtspersonen zullen blijven bestaan.

Na een eerste deel met algemene bepalingen, bestaat dit ontwerp van decreet uit een deel dat het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (hierna Gemeentedecreet te noemen), het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna OCMW-decreet te noemen) en het decreet Vrijwillige Samenvoeging van Gemeenten van 24 juni 2016 vervangt en daarnaast uit een deel dat ook het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking (hierna decreet Intergemeentelijke Samenwerking te noemen) vervangt.  

Samengevat beoogt het ontwerpdecreet (1) de verdere integratie van het OCMW en de gemeente, (2) de hervorming en vereenvoudiging van het bestuurlijk toezicht, (3) het bijsturen van de regels over de beleids- en beheerscyclus, (4) het bijsturen of verstrengen van een aantal regels rond intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en hun filialen, (5) alle organieke regels over de gemeente, het OCMW en het intergemeentelijk samenwerkingsverband logisch en gestructureerd in één decreet onder te brengen, (6) organieke regels verder te vereenvoudigen, te dereguleren en digivriendelijker te maken en (7) meer ruimte voor lokale autonomie, lokaal maatwerk en lokale daadkracht te genereren om zo de dienstverlening te verbeteren.

Het voorontwerp van het Decreet Lokaal Bestuur vindt u hier. De bijhorende memorie is eveneens gepubliceerd

Wij houden u alvast verder op de hoogte. 

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags