17/10/2018

Het verlies van het administratief dossier kan in burgerlijke zaken een uitstekend verweermiddel zijn!

Zo blijkt uit het arrest nr. 2017/AR/326 van het hof van beroep te Gent van 4 oktober 2018 dat moest oordelen over een subsidieaanvraag.

Eisende partij, inmiddels gefailleerd, beschikte niet over een kopie van de eigen aanvraag en de Belgische Staat, niettegenstaande zij daartoe veroordeeld was door de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, liet weten het administratief dossier kwijt geraakt te zijn.

Het hof wijst de integrale vordering af overwegende dat de omstandigheid dat het administratief dossier zoek is geraakt geen afbreuk doet aan de bewijslast die op eisende partij rust, zelfs niet nu de vordering is gericht tegen de Belgische Staat die gehouden is tot openbaarheid van bestuur.

Volgens het hof kan geen inspiratie opgedaan worden bij artikel 21 RvS-wet, waarin wordt gesteld dat als verwerende partij een administratief dossier niet binnen de vastgestelde termijn toestuurt, de aangehaalde feiten als bewezen worden geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn, enkel geldt voor de procedures voor de Raad van State. Ook een gebeurlijke deloyale houding van de Belgische Staat kan geen aanleiding geven tot een omkering van de bewijslast: Enig opzet of kwade trouw in hoofde van de Belgische Staat is immers niet bewezen. Tenslotte wordt ook het beroep op de verlies-van-een-kansleer verworpen. Het zijn eisende partijen die een fout moeten bewijzen, in oorzakelijk verband met de schade. De fout waarop eisers zich beroepen, betreft het onterecht niet uitbetalen van bepaalde subsidies. Het gebrek aan motivering leidt niet tot de gegrondheid van de vordering. Het feit dat de Belgische Staat in tempore non suspectu nooit zou hebben opgeworpen dat er geen bewijskrachtige stukken voorlagen, volstaat niet. Als eisers falen in hun bewijslast met betrekking tot de geleden schade (de gevorderde bedragen) kunnen ze dit niet 'zomaar afwentelen' op de Belgische Staat door deze een inbreuk op de bewaarplicht ten laste te leggen, hetgeen ten andere een andere fout is dan deze voor het gerecht gevorderd (het onterecht niet inwilligen van een subsidieaanvraag).

Cassatie wordt overwogen.

Referentie: PUB502319-4

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Gerechtelijk recht, Subsidies
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/04/2019

Schadevergoedingsaanspraak verworpen doordat eiser niet heeft ingeschreven op de nieuwe overheidsopdracht na het door eiser uitgelokt vernietigingsarrest van de Raad van State

In een boeiend vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde van 15 maart 2019, werd de schadeaanspraak van een niet gekozen inschrijver die succesvol de gunningsbeslissing aan een derde had aangevochten voor de Raad van State, verworpen.

De rechtbank argumenteert

‘Op dit punt oordeelt de rechtbank dat de causaliteit tussen de onbetwiste fout van I. en de door V. geldend gemaakt schade verbroken is door de houding van V. zelf.
In de eerste plaats is V. gehouden aan een schadebeperkingsplicht, tweedes is schadeherstel in natura de primaire herstelvorm, financiële schadevergoeding slechts een subsidiaire herstelvorm wanneer herstel in natura onmogelijk of onwenselijk is. Door de heropening van de openbare opdracht heeft I. aan V. – en de andere inschrijvers – herstel in natura geboden en de kans alsnog de opdracht toegewezen te krijgen.
Het is de keuze van V. geweest hierop niet in te gaan, welke reden zij hiertoe ook gehad moge hebben. Deze keuze doorbreekt de causaliteit tussen de ingeroepen fout en de beweerde schade’.

Referentie: Rb. Dendermonde, 15 maart 2019, nr. 2019/3359 (pub505211-2).

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidsaansprakelijkheid, Rechtsbescherming overheidsopdrachten
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/04/2019

Publius wordt aanbevolen door Legal 500 2019!

Publius wordt aanbevolen door Legal 500 2019 in de categorie ‘Environment’. Voor het eerst worden alle Publius vennoten bij naam genoemd!

Dit jaar luidt de commentaar als volgt: ‘Specialist public law firm Publius has a sizeable client roster of public authorities - including federal, regional and local authorities - and it is also highly active in private company engagements as well. Its team undertakes a mix of standalone advisory work, environmental due diligence and litigation. Illustrative of the firm's profile in contentious matters, Steve Ronse and recently promoted partner Meindert Gees are acting for the Flemish government in the national airport noise case, which concerns noise pollution at Zaventem Airport. Other key clients include the City of Kortrijk, Decathlon and Ethias Insurance. Dirk Van Heuven, Günther L’heureux, Jan Beleyn and Sofie Logie are other notable partners.’

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/04/2019

Onverdoofd slachten naar Hof van Justitie

In de zaak over het Vlaamse decreet dat het verbod op onverdoofd slachten invoert, stelt het Grondwettelijk Hof 3 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, vooraleer het zich uitspreekt over de grond van de zaak. Het Grondwettelijk Hof ziet zich daartoe verplicht, aangezien er twijfel is over de interpretatie en de geldigheid van de Europese verordening uit 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden.

Het Grondwettelijk Hof licht het arrest nr. 53/2019 van 4 april 2019 als volgt toe in zijn persnota:

'Bij zijn arrest 53/2019 over het Vlaamse decreet beslist het Hof om drie prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, vooraleer zich uit te spreken over de grond van de zaak. Het Hof is daartoe verplicht wanneer er twijfel is over de interpretatie of de geldigheid van een bepaling van het recht van de Europese Unie die van belang is voor de oplossing van een geschil.

Verschillende verzoekers werpen op dat het verbod op onverdoofd slachten een schending zou inhouden van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie in samenhang gelezen met de bepalingen van de Europese verordening nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Die verordening verplicht in de regel verdoving bij het slachten van dieren. Ritueel slachten zonder voorafgaande verdoving wordt bij wijze van uitzondering toegestaan. Die uitzondering is ingegeven omwille van de vrijheid van godsdienst, die wordt gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De grote kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft dit bevestigd bij zijn arrest van 29 mei 2018 in de zaak C-426/16, waar het zich heeft uitgesproken over de vereiste dat rituele slachtingen zonder verdoving enkel mogen plaatsvinden in een erkend slachthuis. Het Hof stelt vervolgens vast dat de Europese verordening de lidstaten uitdrukkelijk toelaat om nationale voorschriften aan te nemen die de bescherming van dieren bij het doden uitgebreider beschermen dan de verordening zelf voorschrijft.

Het Hof wenst dan ook van het Hof van Justitie te vernemen of die toelating zo kan worden geïnterpreteerd dat de lidstaten een algemeen verbod op onverdoofd slachten, zoals vervat in het Vlaamse decreet, mogen invoeren (eerste prejudiciële vraag). Indien dit volgens het Hof van Justitie het geval zou zijn, vraagt het Hof aan het Hof van Justitie of de verordening in overeenstemming is met de vrijheid van godsdienst, gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (tweede prejudiciële vraag). Tot slot stelt het Hof op verzoek van verscheidene partijen een derde vraag aan het Hof van Justitie, indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord. Het Hof wenst te vernemen of de verordening geen discriminatie veroorzaakt doordat de lidstaten de uitzondering voor religieuze slachtingen kunnen inperken, terwijl het doden van dieren zonder verdoving wel wordt toegelaten bij de jacht, de visvangst en sportieve of culturele evenementen (derde prejudiciële vraag)'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Grondwettelijk Recht
Tags Dirk Van Heuven, Grondwettelijk recht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
31/03/2019

Verzwaarde motiveringsplicht bij afbraak geïnventariseerd onroerend erfgoed

Dit wordt als volgt verwoord in het arrest nr RvVb-A-1819-0711 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 maart 2019:

'De verwerende partij is door [het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed] niet gebonden en kan hiervan afwijken, wel heeft zij de verplichting om het andersluidend advies in haar beoordeling en besluitvorming te betrekken. Het volstaat hierbij dat de verwerende partij de andersluidende elementen van het advies in de motivering van de bestreden beslissing ontmoet, en dat uit de bestreden beslissing blijkt waarom zij afwijkt van de andere zienswijze van het agentschap Onroerend Erfgoed en op welke punten. De verwerende partij dient het andersluidend advies niet noodzakelijk punt voor punt te weerleggen. Uit de motivering van de bestreden beslissing moet expliciet of impliciet blijken waarom verwerende partij het advies niet bijtreedt.

Wanneer de verwerende partij, zoals in casu, in haar beoordeling van de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening, in het bijzonder wat betreft de erfgoedwaarden van het (te slopen) huis en de wenselijkheid van de afbraak, afwijkt van het gemotiveerd ongunstig advies van het agentschap Onroerend Erfgoed en de beslissing van de verzoekende partij in eerste administratieve aanleg en oordeelt dat het huis toch mag worden gesloopt, vereisen de motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel dat zij haar beslissing op dit punt des te concreter en zorgvuldiger motiveert.

Zij neemt in die omstandigheden, waarbij wordt afgeweken van een advies aangaande een relevant en te beoordelen aspect, een niet evidente beslissing, waardoor grotere eisen kunnen worden gesteld aan haar verplichting tot formele motivering en zorgvuldigheid, in het bijzonder met betrekking tot de overwegingen van het agentschap Onroerend Erfgoed inzake de erfgoedwaarden van het huis en de vraag tot het bijsturen van het project en het zoeken naar een geschikte functie voor de woning’.

Referentie: pub6904

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Erfgoed
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags