09/08/2011

Nieuwe beroepstermijn bij de Raad voor Vergunningenbetwistingen

Ingevolge artikel 4.8.16 § 2 VCRO moest een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 30 dagen.


Deze termijn wordt nu met het nieuwe wijzigingsdecreet op 45 dagen gebracht.


De reden van deze verlenging is te zoeken in een arrest van het Grondwettelijk Hof (nr. 8/2011 van 27 januari 2011), waarin deze termijn van 30 dagen te kort werd bevonden.
Ter vergelijking: de termijn om bij de Raad van State een beroep in te stellen is 60 dagen.
Het Hof drong er dan ook op aan dat de wetgever dit euvel zou verhelpen, hetgeen met het decreet van 8 juli 2011 een feit is.


De nieuwe regeling treedt in werking op 25 juli 2011.


Andere wijzigingen handelen over de procedure voor de behandeling van aanvragen tot planologische attesten, de bevoegdheid voor het verlenen van een onteigeningsmachtiging en de mogelijkheid om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften in functie van milieuvergunningen.
Voor meer informatie klik hier.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
02/08/2011

Strenge rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen inzake belang wordt bevestigd

De strenge rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt bevestigd. De Raad verwerpt in een arrest nr. S/2011/0079 van 19 juli 2011, de vordering van een concurrerende winkelexploitant tegen de stedenbouwkundige vergunning voor een nieuw supermarktgebouw als volgt:

Om als derde belanghebbenden bij de Raad een beroep te kunnen instellen, vereist artikel 4.8.16, §1, eerste lid 3° VCRO dat de verzoekende partijen, als natuurlijke personen of als rechtspersonen, rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kunnen ondervinden ingevolge de bestreden vergunningsbeslissing.

Artikel 4.8.16, §1, eerste lid, 3° VCRO vereist derhalve niet dat het bestaan van deze hinder of nadelen absoluut zeker is. Wel zullen de verzoekende partijen het mogelijk bestaan van deze hinder of nadelen voldoende waarschijnlijk moeten maken, de aard en de omvang ervan voldoende concreet moeten omschrijven en tegelijk zullen de verzoekende partijen dienen aan te tonen dat er een rechtstreeks of onrechtstreeks causaal verband kan bestaan tussen de uitvoering of de realisatie van de vergunningsbeslissing en de hinder of nadelen die zij ondervinden of zullen ondervinden.

In voorkomend geval zullen de verzoekende partijen beschikken over het rechtens vereiste belang om conform artikel 4.8.16 §1, eerste lid, 3° VCRO een beroep in te dienen bij de Raad.

De Raad is van oordeel dat het loutere nabuurschap, dan wel de beschikking over zakelijke of persoonlijke rechten met betrekking tot aanpalende en alsnog onbebouwde percelen, op zich niet zonder meer kan volstaan om de verzoekende partijen het rechtens vereiste belang bij het voorliggende beroep te verschaffen.

De Raad stelt vooreerst vast dat de verzoekende partijen nalaten aan te tonen hoe de ligging van hun perceel zich verhoudt met het geplande project, en op welke wijze zij bijgevolg op basis daarvan eventuele hinder zouden kunnen ondervinden bij de uitvoering van de bestreden beslissing.

Daarnaast duiden de verzoekende partijen in het onderdeel “Moeilijk te herstellen ernstig nadeel”, zij het in uiterst rudimentaire bewoordingen, enerzijds wel aan welke grieven zij koesteren ten aanzien van de bestreden beslissing, toch anderzijds stelt de Raad vast dat de verzoekende partijen nalaten een persoonlijk geïndividualiseerd verband aan te tonen tussen het vermeend nadeel dat zij lijden en de bestreden beslissing. Eveneens stelt de Raad vast dat er geen voldoende concrete omschrijving wordt gegeven van de aard en de omvang van het vermeend te lijden persoonlijk nadeel.

In het licht hiervan merkt de Raad op dat enkel het inleidend verzoekschrift, al dan niet na regularisatie conform artikel 4.8.17, §2 VCRO, in aanmerking kan genomen worden als principieel uitgangspunt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep, en dus ook voor het belang van de verzoekende partijen. De Raad kan bijgevolg geen rekening houden met latere bijsturingen, aanpassingen of uitbreidingen van het belang zoals mondeling toegelicht ter zitting, wanneer dient vastgesteld te worden dat deze reeds in het inleidend verzoekschrift hadden kunnen verwoord worden.

Het belang dat de verzoekende partijen inroepen valt samen met het belang van een groep personen, namelijk deze van de handelszaken gelegen in het centrum, en kan dus niet als een persoonlijk belang worden aangemerkt.
De verzoekende partijen kunnen als enkelingen niet in naam van de hele handelskern of de buurtgemeenschap optreden.
Het feit dat zij een kruidenierszaak uitbaten in deze handelskern doet aan voormelde vaststelling geen afbreuk. Zij tonen in verband met hun kruidenierszaak geen enkel geïndividualiseerd verband aan tussen enig vermeend persoonlijk nadeel en de bestreden beslissing.

Bij gebrek aan een voldoende geïndividualiseerd persoonlijk belang en een voldoende concreet omschreven persoonlijk nadeel kan de Raad het belang van de verzoekende partijen bij de voorliggende procedure, en dus al evenmin het al dan niet geoorloofd en wettig karakter ervan, niet onderzoeken zodat noodzakelijk de onontvankelijkheid van het beroep dient vastgesteld te worden.

De exceptie dient aanvaard te worden.”

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
01/08/2011

Milieuvergunning niet meer in tijd beperkt

De Vlaamse regering heeft het principe goedgekeurd dat een milieuvergunning kan worden verleend die niet beperkt is in de tijd. Dit blijkt uit een mededeling van de minister van leefmilieu, natuur en cultuur.

De mogelijkheid om een permanente milieuvergunning te verlenen drong zich op nadat de Vlaamse regering besliste tot de invoering van een omgevingsvergunning, die de stedenbouwkundige verugnning en milieuvergunning combineert. In ons eerder blogartikel hierover wezen wij reeds op de noodzaak om de permanente stedenbouwkundige vergunning en de tijdelijke (maximum 20 jaar) milieuvergunning met elkaar te verzoenen.

De vergunningverlenende overheid kan de milieuvergunning voor een onbepaalde termijn verlenen, maar de inrichting zal onderworpen worden aan periodieke controles.

Een ontwerp van decreet inzake omgevingsvergunning en de permanenten milieuvergunning wordt verwacht tegen december 2011.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Milieuvergunning, Omgevingsvergunning
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
25/07/2011

De stedenbouwkundig inspecteur is geen burgerlijk partij

In een arrest van 24 mei 2011 verbrak het Hof van Cassatie een arrest van het hof van beroep te Brussel omdat de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur ten onrechte werd gelijkgesteld aan een burgerlijke partij voor de betaling van de rechtsplegingsvergoeding.

De rechtsplegingsvergoeding is een door de wetgever vastgestelde forfaitaire vergoeding voor de advocatenkosten die moet worden betaald aan de in het gelijk gestelde partij. In strafzaken wordt deze geregeld door artikel 162bis Wetboek Strafvordering. Wanneer een beklaagde niet wordt veroordeeld, dient de burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard een rechtsplegingsvergoeding te betalen aan de beklaagde. Het Hof van Cassatie oordeeld dat dit niet geldt voor herstelvorderingen ingesteld door de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur:

"Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken tot de verhoudingen tussen eensdeels de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, anderdeels de burgerlijke partij.

De herstelmaatregel beoogt niet zoals de schadevergoeding, de vergoeding van schade aan particuliere belangen, maar strekt ertoe een einde te maken aan de met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en waardoor het algemeen belang wordt geschaad.
Het optreden van de stedenbouwkundig inspecteur, die een wettelijke opdracht in het algemeen belang uitoefent en geen particulier belang nastreeft, kan niet worden gelijkgesteld met het optreden van een burgerlijke partij in de zin van artikel 162bis Wetboek van Strafvordering.

De appelrechters, na de herstelvordering van de eisers ongegrond te hebben verklaard, veroordelen hen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding in hoofde van iedere verweerder. Zodoende schenden zij voormelde wetsbepalingen."

Volgens deze zienswijze lijkt het omgekeerde eveneens het geval: de burger die in het kader van een herstelvordering wordt veroordeeld is evenmin een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd aan de stedenbouwkundig inspecteur.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Gerechtskosten, Handhaving stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
25/07/2011

Vlaanderen zet eerste stap naar unieke omgevingsvergunning

Op 22 juli 2011 keurde de Vlaamse regering een startnota goed "die de principes vastlegt voor de omgevingsvergunning. Dit is een eerste stap naar de langverwachte unieke vergunning, het samensmelten van de stedenbouwkundige en de milieuvergunning. De omgevingsvergunning geeft verder uitvoering aan de conceptnota ‘Versnellen van investeringen’."

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet reeds in een summiere vorm van 'eenheidsprocedure' door een uniek loket in te stellen voor de milieu- en stedenbouwkundige vergunning. Dit is echter een facultatief 'uniek loket'. Eenmaal de vergunningsaanvraag is ingediend worden de respectievelijke procedures grotendeels apart doorlopen. Van het huidige uniek loket kan enkel gebruik gemaakt worden indien dezelfde overheid bevoegd is voor het afleveren van de milieu- en stedenbouwkundige vergunning.

De Vlaamse regering gaat nu voor een verregaandere integratie. Er is sprake van één loket, één openbaar onderzoek, één adviesronde en één vergunning die wordt afgeleverd door één bevoegd niveau.
Er wordt een omgevingsvergunningscommissie opgericht die alle bevoegde administratief samenbrengt en een "syntheseadvies zonder tegenstrijdigheden" moet maken.
De bevoegde overheid wordt bepaald door de "omgavng, mogelijke effecten, aard en ligging" van het project. De gemeenten zullen bevoegd zijn voor het gros van de aanvragen. Projecten met een grote milieu-impact (MER-plichtig, SEVESO-inrichting, ...) worden vergund door de provincies of door de ontvoogde gemeenten. Strategische projecten worden vergund door het gewest. De Vlaamse Regering zal een lijst opmaken van projecten die een bovenlokale afweging vergen.

Daarnaast keurde de Vlaamse regering enkele principes over de integratie van de MER en de versnelling van investeringsprojecten goed.

De goedgekeurde nota zal verder worden uitgewerkt met onder andere VVSG. Tegen het einde van 2011 moet het ontwerp van decreet klaar zijn. Belangrijke vragen zijn bijvoorbeeld hoe het tijdelijke karakter van de milieuvergunning zal worden verzoend met de niet in tijd beperkte stedenbouwkundige vergunning.

Referentie:

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Omgevingsvergunning
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags