31/03/2019

Verzwaarde motiveringsplicht bij afbraak geïnventariseerd onroerend erfgoed

Dit wordt als volgt verwoord in het arrest nr RvVb-A-1819-0711 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 maart 2019:

'De verwerende partij is door [het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed] niet gebonden en kan hiervan afwijken, wel heeft zij de verplichting om het andersluidend advies in haar beoordeling en besluitvorming te betrekken. Het volstaat hierbij dat de verwerende partij de andersluidende elementen van het advies in de motivering van de bestreden beslissing ontmoet, en dat uit de bestreden beslissing blijkt waarom zij afwijkt van de andere zienswijze van het agentschap Onroerend Erfgoed en op welke punten. De verwerende partij dient het andersluidend advies niet noodzakelijk punt voor punt te weerleggen. Uit de motivering van de bestreden beslissing moet expliciet of impliciet blijken waarom verwerende partij het advies niet bijtreedt.

Wanneer de verwerende partij, zoals in casu, in haar beoordeling van de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening, in het bijzonder wat betreft de erfgoedwaarden van het (te slopen) huis en de wenselijkheid van de afbraak, afwijkt van het gemotiveerd ongunstig advies van het agentschap Onroerend Erfgoed en de beslissing van de verzoekende partij in eerste administratieve aanleg en oordeelt dat het huis toch mag worden gesloopt, vereisen de motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel dat zij haar beslissing op dit punt des te concreter en zorgvuldiger motiveert.

Zij neemt in die omstandigheden, waarbij wordt afgeweken van een advies aangaande een relevant en te beoordelen aspect, een niet evidente beslissing, waardoor grotere eisen kunnen worden gesteld aan haar verplichting tot formele motivering en zorgvuldigheid, in het bijzonder met betrekking tot de overwegingen van het agentschap Onroerend Erfgoed inzake de erfgoedwaarden van het huis en de vraag tot het bijsturen van het project en het zoeken naar een geschikte functie voor de woning’.

Referentie: pub6904

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Erfgoed
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/03/2019

Bezwaar indienen tijdens het openbaar onderzoek niet langer vereist!

In een arrest van vandaag, 14 maart 2019, heeft het Grondwettelijk Hof de artikelen 133, 2°, en 151, 3°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (de Codextrein) vernietigd.

Deze artikelen voorzagen in de verplichting voor leden van 'het betrokken publiek' om een bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek in het kader van een aanvraag tot omgevingsvergunning. Bij gebrek aan indienen van dergelijk bezwaar, was het, behoudens uitzonderingen, voor het betrokken publiek niet langer mogelijk om een administratief beroep bij de bevoegde overheid, respectievelijk een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, in te dienen.

Het Hof oordeelt als volgt:

'In tegenstelling tot wat geldt in de fase van het administratief beroep tegen een beslissing genomen in eerste administratieve aanleg, alsook in tegenstelling tot het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen een beslissing genomen in laatste administratieve aanleg, heeft het betrokken publiek, op het moment van het openbaar onderzoek, geen kennis van de beoordeling van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid, noch van de inhoud van de eventueel vereiste adviezen, die tot doel hebben de vergunningverlenende overheid een stedenbouwkundige en milieutechnische onderbouwing te geven voor haar beslissingen met betrekking tot concrete vergunningsaanvragen. (...)

B.5.3. Inzake omgevingsrecht is het doorgaans van essentieel belang, zowel voor de aanvrager van de omgevingsvergunning als voor het betrokken publiek, dat hun niet de dienst wordt ontzegd die een gespecialiseerde overheid kan bieden door hun situatie in concreto te beoordelen. (...)

De bestreden bepalingen voorzien weliswaar in uitzonderingen (...)

B.5.5. Die uitzonderingen waarborgen echter niet dat de leden van het betrokken publiek, die pas in het kader van de bekendmaking van de uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing genomen in eerste of laatste administratieve aanleg gewezen worden op elementen van de aanvraag die voor hen nadelige gevolgen kunnen hebben, voldoende toegang hebben tot respectievelijk de administratieve beroepsprocedure en het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (...)

B.5.7. Het enige middel, in zoverre het is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, is gegrond. (...)

Het Hof vernietigt de artikelen 133, 2°, en 151, 3°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.'

Hieruit volgt in elk geval dat het indienen van een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek niet langer vereist is om een ontvankelijk administratief, dan wel jurisdictioneel, beroep in te stellen.

Lees hier meer:

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/milieuorganisaties-naar-grondwettelijk-hof-om-beroepsrecht-burgers-te-redden

https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/vlaanderen/vlaanderen-loopt-blauwtje-in-strijd-tegen-bouwvertragingen/10107861.html

https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Algemeen/Home/articleType/ArticleView/articleId/9300

http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1469602

Gepost door Guillaume Vyncke

Blog Grondwettelijk Recht, Vlaams Omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
01/03/2019

Vlaamse Regering plaatst de 'betonstop' tijdelijk on hold

De Vlaamse Miniser van Omgeving, Natuur en Landbouw tilt de betonstop over de volgende legislatuur.

Om deze betonstop te kunnen realiseren dienden nog een viertal decreten te worden goedgekeurd. Het gaat daarbij om het Instrumentendecreet, het decreet betreffende de woonreservegebieden, het decreet betreffende de bestemmingsneutraliteit voor de winning van hernieuwbare energie en de regeling inzake kwetsbare bossen.

Naar aanleiding van het advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State werden enkele juridische bezwaren geuit. Zo stelt de Raad van State onder meer de vraag of voor de bescherming van kwetsbare bossen geen milieueffectenrapportage (MER) vereist is.

De Vlaamse Regering zal hiertoe een plan-MER laten opstellen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd...

25/02/2019

Vanaf 7 maart 2019 is het mogelijk om stedenbouwkundige voorschriften van (verouderde) APA's, BPA's en gemeentelijke RUP's te herzien of op te heffen zonder een nieuw RUP

De codextrein van 8 december 2017 lanceerde een aantal initiatieven om een aantal procedures om het ruimtelijk rendement te verhogen te versoepelen.

Eén van deze initiatieven was het invoeren van een artikel 7.4.4/1 in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat het mogelijk maakt om verouderde inrichtingsvoorschriften van BPA's, APA's en gemeentelijke RUP's te herzien of te wijzigen. Voorheen kon dit enkel via de opmaak van een nieuw RUP. 

Het gaat om volgende types voorschriften:

  • de perceelsafmetingen;
  • de afmetingen en de inplanting van constructies;
  • de dakvorm en de gebruikte materialen;
  • de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
  • het aantal bouwlagen;
  • de voortuinstroken, de tuinzones met inbegrip van tuinconstructies, de binnenplaatsen, de afsluitingen, de buitenaanleg rond gebouwen met inbegrip van verhardingen, de bouwvrije stroken en de bufferstroken;
  • het aantal toegelaten woongelegenheden of bedrijfseenheden per kavel;
  • de toegelaten functies in bebouwbare zones of van bebouwde onroerende goederen; (niet voor RUP's) 
  • de parkeergelegenheden.

Het besluit van de Vlaamse regering van 11 januari 2019 inzake de herziening of de opheffing van stedenbouwkundige voorschriften van algemene en bijzondere plannen van aanleg en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, met toepassing van artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals vandaag gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, bepaalt de procedure tot herziening of opheffing en regelt de inwerkingtreding van artikel 7.4.4/1 VCRO. 

Het heet dat artikel 101 van de Codextrein van 8 december 2017 dat artikel 7.4.4/1 VCRO invoegt in werking op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, zodat artikel 7.4.4/1 VCRO 7 maart a.s. in voege treedt.  

Lees hier de integrale tekst van het besluit van de Vlaamse regering van 11 januari 2019.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Leandra Decuyper, Procedure, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, VCRO, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
13/02/2019

Hoe de complexe bevoegdheidsverdeling in België de onderscheiden behandeling van publieke en private herstelvorderingen verantwoordt

Met arrest nr. 14/2019 van 31 januari 2019 antwoordt het Grondwettelijk Hof ontkennend op volgende prejudiciële vraag:

‘Schendt artikel 6.2.1. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in zoverre het bepaalt of in die zin geïnterpreteerd wordt dat de private herstelvordering – in tegenstelling tot de publieke herstelvordering – niet moet worden overgeschreven op het hypotheekkantoor en al dan niet in samenhang gelezen met artikel 3 van de Hypotheekwet, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet?’.

De overschrijving op het hypotheekkantoor heeft tot doel om te vermijden dat een koper een kat in een zak koopt, te weten een onroerend goed waarop een herstelvordering rust. Men kan veronderstellen dat kandidaat-kopers evenzeer geïnteresseerd zijn in de publieke afbraakvordering die uitgaat van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester, als in de private afbraakvordering die dan uitgaat van bijvoorbeeld een gebuur of een milieuvereniging.

Het antwoord van het Grondwettelijk Hof verrast. Waar de publieke herstelvordering het herstel van de goede ruimtelijke ordening beoogt, hetgeen een gewestelijke aangelegenheid is, is de private herstelvordering gegrond op artikel 1382 BW. Dat de private herstelvordering niet moet worden overgeschreven in het hypotheekkantoor, vloeit voort uit het feit dat het herstel in natura in de zin van artikel 1382 BW niet onder de bevoegdheid van de gewesten, maar onder die van de federale wetgever valt. Alsdan kan er geen sprake zijn van een schending van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Het betreft, aldus het Grondwettelijk Hof, immers het loutere gevolg van de autonomie die door of krachtens de Grondwet aan de respectieve overheden is toegekend.

Tags