10/12/2014

Ook bij een opdracht van werken kan met een gunningscriterium naar kwaliteit projectteam gepeild worden

Zo oordeelde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in een vonnis van 4 december 2014:

'Ook inzake opdrachten voor werken geldt dat aan het onderscheid tussen selectiecriteria en gunningscriteria voldaan wordt zo betreffende de vereisten van technische bekwaamheid wordt gevraagd naar het personeel dat ‘kan’ worden ingezet door de dienstverlener, terwijl het gunningscriterium peilt naar de kwaliteit van het projectteam dat voor de concrete opdracht ‘zal’ worden ingezet. Immers, in dergelijk geval peilt het selectiecriterium naar de persoon van de inschrijver op zich, los van de opdracht, terwijl het gunningscriterium de uitvoering van de opdracht voor ogen heeft.

De gunningswijze ‘open offerteaanvraag’ impliceert dat niet enkel de prijs, maar ook de kwaliteit van het voorstel wordt getoetst aan de hand van de kwalitatieve gunningscriteria. 

Kennelijk heeft T. in samenspraak met haar ontwerper gekozen voor de procedure van offerteaanvraag, gelet op het belang van een snelle en efficiënte uitvoering en een goede coördinatie van de werkzaamheden en organisatie van de werf, vanwaar het derde gunningscriterium ‘kwaliteit van het projectmanagement’.

Blijkbaar is het woonzorgcentrum tijdens de werken nog in gebruik, zodat snelle uitvoering met zo weinig mogelijk hinder van belang is.

Het beoordelingselement van het subgunningscriterium 3.1 ‘kwaliteit van het voorgestelde projectteam’, waarin wordt gevraagd naar ‘welke middelen, personeel en organisatiestructuur (organogram) de inschrijver voorziet’, peilt niet naar de kwaliteit van de inschrijver als aannemende vennootschap, maar naar de kwaliteit van het daadwerkelijk voor het project ingezette projectteam, en wel een kwalitatief hoogstaand projectmanagement garanderen. De aanbestedende overheid kan bij werken, niet minder dan bij diensten, verlangen dat de opdracht niet enkel door een deskundig bedrijf wordt uitgevoerd, maar ook door deskundige mensen binnen dit bedrijf.

Overigens kan men T. bijtreden in haar stellen dat het subgunningscriterium 3.1 breder is dan enkel een beoordeling van de bekwaamheid van het personeel. Andere beoordelingselementen in dit subgunningscriterium zijn de verhouding tussen eigen werk en het gedeelte in onderaanneming, de methodiek voor selectie van onderaannemers, de coördinatieopdracht betreffende de andere percelen (nevenaannemingen) en de onderaannemers en de frequentie van aanwezigheid op de werf.

De inschrijvers dienden in een nota bij hun offerte uiteen te zetten hoe zij al deze elementen zouden aanpakken.

Gelet op dit alles dient het subgunningscriterium 3.1 niet prima facie aanzien te worden als een ‘verboden’ selectiecriterium.’

Vonnis rechtbank van eerste aanleg Brussel van 4 december.2014, ng (Ref. pub505035 )

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Gunningscriteria, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
02/12/2014

Nieuwe omzendbrief verduidelijkt betalingsregels bij overheidsopdrachten

In een omzendbrief van 20 november 2014 licht de Kanselarij de nieuwe betalingsregels voorzien in het KB AUR (KB van 14 januari 2013) toe. Dit KB werd recent nog gewijzigd door het tweede reparatie-KB van 22 mei 2014).

De betalingstermijnen inzake overheidsopdrachten (waarop het KB AUR van toepassing is) verschillen van de termijnen bij private overeenkomsten. Deze laatste zijn onderworpen aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties.


Gepost door Johan Geerts

Blog Overheidscontracten
Tags Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/09/2014

Rechtbank gaat niet in op 'intimiderende' aansprakelijkheidsvordering tegen leidend ambtenaar en schepen

In het kader van een afrekeningsgeschil bij een overheidsopdracht ging de aannemer over tot dagvaarding (in tussenkomst)  van de leidend ambtenaar en van de schepen.

De rechtbank van eerste aanleg te Gent verwierp deze vordering in een niet gepubliceerd vonnis van 8 januari 2014 op grond van hiernavolgende argumentatie:

‘Door aannemer S. worden gemeenteambtenaar P. en schepen voor Patrimonium S. gedagvaard in tussenkomst in hun hoedanigheid van respectievelijk ambtenaar en schepen van de gemeente L. 

De gemeente L. is partij in de oorspronkelijke procedure, meerbepaald is zij daarin de eisende partij en heeft zij daarin gevraagd een deskundige aan te stellen teneinde advies te verlenen omtrent de eindverrekening tussen partijen met betrekking tot de werken aan de gemeenteschool, vijfde fase waarbij S., hoofdaannemer was.

Verweerders P. en S. zijn met betrekking tot deze overheidsopdracht slechts tussengekomen als aangestelde en uitvoeringsagent van de gemeente L. in hun respectieve hoedanigheid hebben zij de werken opgevolgd in opdracht en voor rekening van de gemeente L., zoals van een normale ambtenaar en een normale schepen verondersteld wordt.

Verweerders P. en S. hebben in de uitvoering van hun mandaat geen persoonlijke en individuele beslissingen genomen (over een dergelijke bevoegdheid beschikken zij immers niet ingevolge de wet), maar hebben zij louter de werken opgevolgd teneinde de bevoegde organen van de gemeente L. (inzonderheid het college van burgemeester en schepenen) te kunnen informeren en hen toe te laten de zich opdringende beslissingen te nemen.

In het kader van deze lastgeving moeten de handelingen van verweerders P. en S.  volledig toegerekend worden aan hun opdrachtgever, zijnde de gemeente L., die overigens steeds de handelingen van haar aangestelden, zij het expliciet of impliciet, heeft gedekt en bevestigd.

Eventuele fouten of onzorgvuldigheden die verweerders P. en S. zouden begaan hebben (- hetgeen door eisers wordt ingeroepen, maar door verweerders P. en S. ten zeerste wordt betwist -), komen derhalve automatisch ten laste en voor rekening van de gemeente L., tenzij zou aangetoond worden dat verweerders P. en S. volledig buiten hun mandaat om zouden hebben gehandeld, quod certe non.

Dit brengt met zich mee dat, indien verweerders P. en S. daadwerkelijk fouten zouden begaan hebben in de uitvoering van hun opdracht, quod certe non, de eventuele schadelijke gevolgen ervan, hetzij contractueel, hetzij extracontractueel, dienen toegerekend te worden aan de gemeente L., waarvoor de huidige eiseres hoe da ook reeds over alle vorderingen en mogelijkheden beschikt in de oorspronkelijke procedure, zonder dat daarvoor de (persoonlijke) tussenkomst van verweerders P. en S. vereist en noodzakelijk is.

Terecht stelt zich dan ook de vraag welk rechtstreeks en actueel belang eiseres S. heeft om, nu de gemeente L. reeds partij is in het geding en in deze oorspronkelijke procedure in verband met de kwestige overheidsopdracht alle vorderingen tussen S. en de gemeente L. mogelijk zijn, daarbovenop en naast de gemeente L., ook nog verweerders P. en S. ten persoonlijke titel in deze procedure te betrekken.

Volgens verweerders P. en S. heeft eiseres in tussenkomst daarbij geen belang, minstens wordt dit belang op geen enkele wijze toegelicht en/of aangetoond in de inleidende dagvaarding.

Meer nog dient de dagvaarding in tussenkomst van verweerders P. en S. louter aanzien te worden als een soort (procestactische) poging tot intimidatie van deze verweerders P en S. en dit vanuit een algemene (maar in het geheel onterechte) onvrede van S. in verband met de uitvoering van de kwestige overheidsopdracht.

De vordering is om die reden onontvankelijk.’

Ref.: Rb. Gent 8 januari 2014, ng. (Pub2031)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidsaansprakelijkheid, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
26/08/2014

België bij de beste van Europa op vlak van e-procurement


e-procurement, het Belgische platform voor elektronische overheidsopdrachten, overschrijdt de kaap van 100.000 bekendmakingen en 10.000 elektronische openingen. Daarmee is België koploper in Europa, dat elektronisch aanbesteden aanmoedigt. 

Het e-procurement platform werd ontwikkeld door de FOD P&O; en ter beschikking gesteld aan alle overheden in ons land. Zowel federale, Vlaamse als lokale besturen kunnen er vrij gebruik van maken. Ook voor ondernemingen is de dienst volledig gratis.

e-notification (elektronisch bekendmaken) is sinds 1 januari 2011 het enige mogelijke kanaal voor de bekendmaking van overheidsopdrachten in België. Het Bulletin der Aanbestedingen (BDA) werd volledig in deze applicatie geïntegreerd.

Voor Vlaamse administraties wordt het verplicht opleggen (aan de inschrijvers) van e-tendering (het elektronisch indienen van offertes) sinds 1 januari 2012 als vaste beleidslijn voorgeschreven. Lokale besturen hebben nog een keuzevrijheid maar worden zowel door de afdeling overheidsopdrachten als het agentschap voor binnenlands bestuur aangemoedigd om volledig over te stappen naar e-tendering. Vandaag zou minstens de mogelijkheid om offertes elektronisch in te dienen steeds voorzien moeten worden in het bestek.  

Het verplicht opleggen van e-tendering betekent dat het niet meer mogelijk is om een offerte op papier in te dienen. Een alternatief is om e-tendering toe te staan maar niet te verplichten, zodat de keuze bij de inschrijver ligt. Het bestek moet het gebruik van e-procurement duidelijk aangeven. De modellen van de afdeling bestuurszaken kunnen hier een leidraad zijn.


Gepost door Johan Geerts

Blog Overheidscontracten
Tags Overheidsopdrachten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS, e-Procurement
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags