30/08/2010

Sofie Logie publiceert artikel "De preventieve rechtsbescherming bij de gunning van PPS-opdrachten” in C. De Koninck e.a. (ed.) Jaarboek Overheidsopdrachten 2009-2010, EBP Publishers

In dit lijvige artikel gaat Sofie in op de rechtsbescherming die een private partner geniet bij de toewijzing van een PPS-opdracht.

Vertrekkende vanuit het gegeven dat PPS een koepelbegrip is, verschillen ook de verhaalsmogelijkheden in functie van de rechtsfiguren, vervat in de PPS.

Vooral wanneer de PPS niet als een overheidsopdracht wordt gekwalificeerd, is de rechtsbescherming totaal gebrekkig te noemen. Het ontbreken van een wettelijk kader bij de toewijzing, o.m. de afwezigheid van concrete gunningsprocedures en de verplichting tot het respecteren van een wettelijke wachttermijn, stelt de niet-verkozen inschrijvers vaak voor voldongen feiten. De intussen totstandgekomen PPS-overeenkomst ontneemt de Raad van State elke bevoegdheid in kortgeding, terwijl voor de burgerlijke rechter om de overeenkomst te laten schorsen cq. nietig te verklaren dan weer bedrog en/of dwaling bewezen moet worden.

Maar zelfs in het geval van een overheidsopdracht, is de wettelijk voorziene rechtsbescherming niet zaligmakend. Het veelal complexe karakter van een PPS-opdracht laat de misnoegde inschrijver kennis maken met de beperkingen van de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, o.m. met de onmogelijkheid om een deskundige aan te laten stellen..

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidsopdrachten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS, PPS, Sofie Logie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
26/07/2010

ISO-certificatie door de Raad van State aanvaard als selectiecriterium in overheidsopdrachten

In het arrest nummer 206.645 van 15 juli 2010 weerlegt de Raad van State de kritiek van verzoekende partij als zou een ISO-9002 niet onder het begrip “beroepskwalificaties” kan vallen, zoals opgenomen in artikel 19.1° van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken:

“Deze zienswijze wordt niet bijgevallen. Artikel 19, eerste lid, 1°, maakt immers gewag van beroepskwalificaties van zowel “de aannemer” als “het ondernemingskader” als van “de verantwoordelijke(n) voor de leiding van de werken”. Er wordt niet ingezien om welke reden de beroepskwalificatie enkel van natuurlijke personen zou mogen worden gevraagd op grond van de betrokken bepaling.

In zoverre de verzoekende partij voorts de schending inroept van de omzendbrief van 10 februari 1998 van de eerste minister – “Overheidsopdrachten – Kwalificatieve selectie van aannemers, leveranciers en dienstverleners”, wordt vastgesteld dat verzoekende partij niet betoogt en evenmin blijkt dat deze omzendbrief het bindend karakter zou vertonen waardoor hij dienstig als vernietigingsgrond kan worden aangevoerd.

Wat de stelling van de verzoekende partij betreft dat een ISO-attest “nooit een garantie [kan] bieden dat een aannemer dermate geschoold is dat hij een technische bekwaamheid kan garanderen” en aan elke organisatie, ongeacht voor welke activiteit of product, kan worden toegekend, kan de argumentatie van de verwerende partij worden bijgevallen waar deze stelt dat “een ISO-certificaat […] een kwalitatief eindproduct garandeert door middel van het opleggen van eisen aan de volledige organisatie, van het volledige ondernemingskader tot en met de verantwoordelijke voor de leiding van de werken” en een kwalitatief eindproduct technische bekwaamheid van de aannemer en diens personeel impliceert".
20/07/2010

Belang bij een vernietigingsprocedure voor de Raad van State tegen de heraanbesteding van een overheidsopdracht

De Raad van State beslist in een recent arrest nr. 206.597 van 13 juli 2010 (ambtshalve) dat een beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing om een overheidsopdracht niet uit te schrijven maar integendeel opnieuw aan te besteden onontvankelijk is indien de verzoeker niet deelneemt aan de nieuwe overheidsopdracht noch de daaruit voortvloeiende toewijzingsbeslissing aanvecht.

Een gekwalificeerd moreel belang en het bekomen van een titel tot schadeloosstelling volstaan niet.

Referentie: D7590/1-2
13/07/2010

Een niet-wettelijk voorziene wachttermijn kan enkel bij eenzijdig verzoekschrift afgedwongen worden

Het Hof van Beroep te Antwerpen bevestigt het evidente, met name dat bij afwezigheid van een wettelijke wachttermijn, de enige mogelijkheid om te vermijden dat de vergunningsbeslissing van een overheidsopdracht wordt betekend, erin bestaat om de rechter in kortgeding bij eenzijdig verzoekschrift te vatten “om de eenvoudige reden dat het starten van het tegensprekelijk kortgeding op zichzelf het sein kan zijn voor de aanbestedende overheid om de toewijzingsbeslissing te notificeren, waardoor elk verzoek tot tussenkomst van de kortgedingrechter te laat komt (De Koninck, P. Flamey en K. Ronse “Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten”, Antwerpen, Maklu, 2005,113).

De omstandigheid dat verzoeker bij het opdrachtgevend bestuur had aangedrongen om een wachttermijn in acht te nemen, zonder dat het bestuur erop heeft gereageerd, verandert, aldus het Hof van Beroep te Antwerpen in een arrest van 30 juni 2010, niets aan het feit dat de procedure bij eenzijdig verzoekschrift het enige rechtsmiddel blijft, waarop een kandidaat die vreest niet te worden verkozen beroep kan doen op het recht tot het respecteren van de wachttermijn te vrijwaren.

Zolang de vergunningsbeslissing niet wordt betekend aan de begunstigde aannemer, behoudt de procedure bij eenzijdig verzoekschrift haar spoedeisend karakter".

Referentie: Antwerpen 30 juni 2010, ng (ref PUB502481)
11/07/2010

Bent u leidend ambtenaar of verantwoordelijke voor een aankoopdienst ?

Op 21 juni 2010 werd in Belgisch Staatsblad de “Omzendbrief : overheidsopdrachten – deontologie – belangenvermenging – verklaringen op erewoord” gepubliceerd.

Deze omzendbrief voorziet in nieuwe verplichtingen voor alle ambtenaren belast met taken in het kader van de gunning  van, of het toezicht op de uitvoering van overheidsopdrachten. In het bijzonder wordt gedacht aan de verantwoordelijke van een aankoopdienst van een beleidscel of een secretariaat van een minister, de verantwoordelijke van een aankoopdienst van een FOD, een ministerieel kabinet of een ministerie die desgevallend - via delegatie - beslissingsbevoegdheid heeft, de auteur van het bestek, het uitvoerend personeel van een aankoopdienst dat toegang heeft tot de inhoud van aanvragen tot deelneming en de offertes, het personeelslid dat deelneemt aan een evaluatiecommissie of een jury, de toezichthouder op de werf, het personeelslid dat schuldvorderingen of facturen beheert, het personeelslid dat tegelijkertijd via een arbeidscontract of een aannemingsovereenkomst is verbonden aan de kandidaat of inschrijver,...
Deze ambtenaren zijn verplicht een schriftelijke verklaring af te leggen waarin zij bevestigen kennis te hebben genomen van artikel 10 van de wet van 24 december 1993 inzake het verbod om tussen te komen bij de gunning van en het toezicht op de uitvoering van een overheidsopdracht in geval van belangenvermenging.
Naast deze algemene verklaring dient voor elke specifieke overheidsopdracht waarvoor zij menen zich in een mogelijke toestand van belangenvermenging te bevinden, een bijkomende kennisgeving te gebeuren.

Deze verklaringen worden opgemaakt conform het model van de Omzendbrief. Zij worden geviseerd door de hiërarchische meerdere en bewaard in het persoonlijk dossier in geval van een statutair personeelslid. Indien het om een contractueel personeelslid gaat, wordt één exemplaar bij de overheid bewaard, en één exemplaar aan het personeelslid overhandigd.

De voormelde verklaringen zijn evenwel niet vereist indien louter uitvoerende taken worden verricht die geen beoordelingsbevoegdheid, noch kennisname van vertrouwelijke gegevens impliceren, en die dus weinig gevaar op belangenvermenging inhouden.

Deze bijkomende verplichtingen doen geen afbreuk aan de reeds in artikel 10 voorziene wrakingsplicht in geval van bloed- of aanverwantschap enerzijds en eigendom, mede-eigendom, het optreden als werkend vennoot of de directie- of beheersbevoegdheid van een van de kandidaten of inschrijvers anderzijds, noch aan de bestaande informatieverplichting in geval van een aandeelhoudersschap van minstens 5 % van het maatschappelijk kapitaal van een kandidaat of inschrijver.

Deze omzendbrief treedt in werking de dag waarop hij in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt.

Voor meer informatie : Sofie Logie (slogie@publius.be)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidscontracten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS, Sofie Logie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags