16/07/2007

Beroep tegen een beslissing van het fonds beheerd door BIPT of de CREG

Zowel inzake beslissingen van het BIPT als de CREG heeft de wetgever tijdens de laatste legislatuur geoordeeld dat het Hof van Beroep van Brussel de bevoegde rechtsmacht is tegen zulke beslissingen beroep in te stellen.

Wat het BIPT betreft zijn deze beroepsregels uitgewerkt in de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector. Wat de CREG betreft bepaalt de Wet van 27 juli tot organisatie van de mogelijkheden tot beroep tegen de beslissingen genomen door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas de te volgen beroepsprocedure.

Voor een bespreking van deze nieuwe beroepsprocedures verwijs ik graag naar de rechtsleer terzake:
Bram Delvaux, "De specifieke beroepsprocedure tegen de beslissingen van de CREG", in T. Vanden Borre, De vrijmaking van de elektriciteits- en gasmarkt: de federale wetgeving in een stroomversnelling?, Antwerpen, Intersentia, 2006.

Op zich lijken deze nieuwe bepalingen vrij duidelijk ten aanzien van het BIPT of de CREG zelf. Maar wat met de Fondsen die door één van beide regulatoren beheerd worden (zoals het Fonds voor Universele Dienstverlening of de fondsen voorzien in artikel 21ter van de Elektriciteitswet.

Verschillende OLO's ("Other licensed Operators") stelden een beroep in bij de Raad van State tegen een beslissing van Raad van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie in zijn hoedanigheid van beheerder van het Fonds voor de Universele Dienstverlening inzake Sociale Tarieven betreffende de methodologie voor het bepalen van compensaties per operator voor het sociale element van de universele dienst.

De Raad van State oordeelde (R.v.St., NV Colt Telecom, nr. 172.079, 11 juni 2007; R.v.St., NV Base, nr. 172.080, 11 juni 2007; R.v.St., NV Euphony Benelux, nr. 172.076, 11 juni 2007; R.v.St., NV Verizon Belgium Luxembourg, nr. 172.078, 11 juni 2007; R.v.St., BT Belgium (Belgian Branch), nr. 172.077, 11 juni 2007; R.v.St., NV Mobistar, nr. 172.074, 11 juni 2007; R.v.St., NV Versatel Belgium, nr. 172.075, 11 juni 2007; R.v.St., NV Tele 2 Belgium, nr. 172.073, 11 juni 2007):

"dat in deze weliswaar de bestreden beslissing is genomen door de Raad van het BIPT in zijn hoedanigheid van beheerder van het Fonds voor de Universele Dienstverlening inzake Sociale Tarieven, zodat in de zuivere theorie het een beslissing is van dat Fonds, omdat het Fonds luidens artikel 74, vierde lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie een eigen rechtspersoonlijkheid bezit; dat evenwel in wezen de Raad van het BIPT die beslissing heeft genomen aangezien het Fonds als zodanig zelf niet over een orgaan beschikt dat beslissingen zou kunnen nemen; dat in die omstandigheden en in de besproken context het onwaarschijnlijk en zelfs onredelijk voorkomt dat sommige beslissingen van het BIPT in uitvoering van de hiervoor besproken regelgeving, omwille van de aangenomen hoedanigheid, bij een andere instantie zouden moeten worden aangevochten en er worden beoordeeld; dat zulks ook in tegenspraak zou zijn met de door de richtlijn beoogde doeltreffendheid van de rechtsbescherming; dat voorts zowel een wetsconforme interpretatie van de reeds genoemde wet van 17 januari 2003, als een richtlijnconforme uitlegging van de richtlijn 2002/21/EG van 7 maart 2002, er toe nopen te besluiten dat alle beroepen tegen de beslissingen die specifiek de telecommunicatie betreffen in het kader van de werking van het BIPT toevertrouwd zijn aan het Hof van Beroep te Brussel; dat overigens de wetgever zelf klaarblijkelijk alle geschillen over beslissingen met betrekking tot de telecommunicatie heeft willen toevertrouwen aan het Hof van Beroep te Brussel omdat zulks nogmaals wordt bevestigd in de wet van 6 juli 2005 betreffende sommige juridische bepalingen inzake elektronische communicatie, waarin ook de beroepen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie worden toegewezen aan dat Hof van Beroep; dat de Raad van State bijgevolg op het eerste gezicht niet bevoegd lijkt om zich over de ingediende vordering uit te spreken"

Gepost door Tim Vermeir

Tags Energie- en klimaatrecht, Nutsvoorzieningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/03/2019

Bezwaar indienen tijdens het openbaar onderzoek niet langer vereist!

In een arrest van vandaag, 14 maart 2019, heeft het Grondwettelijk Hof de artikelen 133, 2°, en 151, 3°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (de Codextrein) vernietigd. 

Deze artikelen voorzagen in de verplichting voor leden van 'het betrokken publiek' om een bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek in het kader van een aanvraag tot omgevingsvergunning. Bij gebrek aan indienen van dergelijk bezwaar, was het, behoudens uitzonderingen, voor het betrokken publiek niet langer mogelijk om een administratief beroep bij de bevoegde overheid, respectievelijk een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, in te dienen.

Het Hof oordeelt als volgt: 

'In tegenstelling tot wat geldt in de fase van het administratief beroep tegen een beslissing genomen in eerste administratieve aanleg, alsook in tegenstelling tot het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen een beslissing genomen in laatste administratieve aanleg, heeft het betrokken publiek, op het moment van het openbaar onderzoek, geen kennis van de beoordeling van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid, noch van de inhoud van de eventueel vereiste adviezen, die tot doel hebben de vergunningverlenende overheid een stedenbouwkundige en milieutechnische onderbouwing te geven voor haar beslissingen met betrekking tot concrete vergunningsaanvragen. (...)

B.5.3. Inzake omgevingsrecht is het doorgaans van essentieel belang, zowel voor de aanvrager van de omgevingsvergunning als voor het betrokken publiek, dat hun niet de dienst wordt ontzegd die een gespecialiseerde overheid kan bieden door hun situatie in concreto te beoordelen. (...)

De bestreden bepalingen voorzien weliswaar in uitzonderingen (...)

B.5.5. Die uitzonderingen waarborgen echter niet dat de leden van het betrokken publiek, die pas in het kader van de bekendmaking van de uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing genomen in eerste of laatste administratieve aanleg gewezen worden op elementen van de aanvraag die voor hen nadelige gevolgen kunnen hebben, voldoende toegang hebben tot respectievelijk de administratieve beroepsprocedure en het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (...)

B.5.7. Het enige middel, in zoverre het is afgeleid uit de schending van de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, is gegrond. (...)

Het Hof vernietigt de artikelen 133, 2°, en 151, 3°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving.'

 

Hieruit volgt in elk geval dat het indienen van een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek niet langer vereist is om een ontvankelijk administratief, dan wel jurisdictioneel, beroep in te stellen.

 

11/03/2019

Sofie Logie spreekt op Themadag Bouwrecht (Sint-Niklaas, 14 mei 2019)

LegalNews.be, Intersentia en Larcier organiseren samen de Themadag Bouwrecht: 8 actuele thema’s. Tijdens deze themadag worden acht sessies gegeven door ervaren praktijkjuristen. Sofie Logie zal het hebben over een bouwproject via overheidsopdracht en in het bijzonder over de problematiek van onderaannemingen. Meer informatie leest u hier.

Blog Publius Nieuws
Tags Sofie Logie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
04/03/2019

Moet Beroepscommissie voor Tuchtzaken getuigen horen?

De Beroepscommissie voor Tuchtzaken treedt op als beroepsinstantie voor alle tuchtbeslissingen van gemeenten, provincies en OCMW’s. Sinds 1 januari 2013 beschikt de Beroepscommissie voor Tuchtzaken niet meer over een hervormingsrecht.

Krachtens artikel 7, § 3, 6° van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire personeel van het lokaal bestuur en tot vaststelling van de werking, de samenstelling en de vergoeding van de leden van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken moet de oproeping voor de Beroepscommissie het 'recht om te vragen getuigen te horen' vermelden.

De Raad van State beslist in het niet-schorsingsarrest nr. 243.793 van 22 februari 2019 dat het recht om het horen van getuigen te vragen niet inhoudt dat de Beroepscommissie verplicht is op de vraag in te gaan. 

Referentie: PUB 7161-4

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Tucht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
01/03/2019

Vlaamse Regering plaatst de 'betonstop' tijdelijk on hold

De Vlaamse Miniser van Omgeving, Natuur en Landbouw tilt de betonstop over de volgende legislatuur.

Om deze betonstop te kunnen realiseren dienden nog een viertal decreten te worden goedgekeurd. Het gaat daarbij om het Instrumentendecreet, het decreet betreffende de woonreservegebieden, het decreet betreffende de bestemmingsneutraliteit voor de winning van hernieuwbare energie en de regeling inzake kwetsbare bossen.

Naar aanleiding van het advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State werden enkele juridische bezwaren geuit. Zo stelt de Raad van State onder meer de vraag of voor de bescherming van kwetsbare bossen geen milieueffectenrapportage (MER) vereist is.

De Vlaamse Regering zal hiertoe een plan-MER laten opstellen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd...

28/02/2019

Jan Beleyn en Merlijn De Rechter publiceren noot ‘Een sociale last schrap je (toch) niet zomaar’ (STORM 2019, nr. 1, 1-4)

Zoals reeds aangekondigd in een eerdere blog verscheen onlangs het eerste exemplaar van het nieuwe juridische tijdschrift STORM.

Jan en Merlijn publiceerden hierin de noot ‘Een sociale last schrap je (toch) niet zomaar’, bij het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 10 oktober 2017 (nr. A/1718/0132).

In de noot bespreken Jan en Merlijn het – moeilijke – onderscheid tussen voorwaarden en lasten in het vergunningencontentieux. Met een last wil men in principe het voordeel dat wordt verleend aan de begunstigde van een vergunning ook ten goede laten komen aan de gemeenschap, terwijl een voorwaarde dient om een vergunning in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening te maken. Rekening houdend met dit onderscheid werd in het verleden door diverse rechtelijke instanties steeds beargumenteerd dat enkel een administratief en jurisdictioneel beroep kan ingesteld worden tegen die last (zodat de vergunning niet in zijn totaliteit opnieuw beoordeeld dient te worden). De Raad stelde in dat arrest dat dit niet altijd zomaar besloten mag worden.

Tags