28/09/2018

Vergunningshouder moet zelf de bewijzen van aanplakking kunnen leveren

Minister Schauvliege kreeg in het Vlaams Parlement volgende vraag voorgeschoteld:

"Welke overheid dient - in geval van provinciale en Vlaamse projecten of gemeentegrensoverschrijdende projecten - controle uit te oefenen op het uithangen van de bekendmakingsaffiche m.b.t. de beslissing over de vergunningsaanvraag? Is dit voldoende duidelijk?"

Die verantwoordelijkheid ligt evenwel bij de vergunningshouder zelf. Haar antwoord op de vraag is immers:

"Over de controle van de aanplakking regelt het Omgevingsvergunningenbesluit niets. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om de affiche correct en tijdig aan te plakken. Hij moet de gemeente op de startdatum van de aanplakking melden dat de affiche werd aangeplakt en aangeplakt zal blijven tot de laatste dag van een periode van dertig dagen. Het besluit inzake de omgevingsvergunning bepaalt bijvoorbeeld in artikel 58: “In geval van betwistingen over de bekendmaking stelt de gemeente of de vergunningsaanvrager de nodige verklaringen of bewijsstukken ter beschikking van het bevoegde bestuur, nadat daarom verzocht is.” Dit artikel maakt duidelijk dat ook de vergunningsaanvrager een taak heeft bij het verzamelen van bewijzen van aanplakking."

Indien de vergunningshouder dus ontegensprekelijk het bewijs zal willen leveren, zal hij meestal niet anders kunnen dan een gerechtsdeurwaarder aan te stellen. 

Het verslag van de schriftelijke vraag vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Omgevingsvergunning, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
25/09/2018

Nieuwe Publius referentie! Opdracht stedenbouwkundige lasten (Departement Omgeving, 2018)

Atelier Romain en Publius slaan opnieuw de handen in elkaar. Samen met Rebelgroup werden zij aangesteld door het departement Omgeving om de inzet van lasten bij omgevingsvergunningen te optimaliseren en de drempelvrees voor het instrument vooral bij minder bestuurskrachtige gemeenten weg te nemen. Atelier Romain die de lead neemt heeft een sterke ruimtelijke know how en is vertrouwd met de opmaak en visualisering van dergelijke kaders/draaiboeken die zich richten op (lokale) overheden. Rebelgroup focust op de principes die aan de basis liggen van de economisch onderbouwing van lasten vanuit een vastgoedlogica. Publius zal waken over juridische aspecten van de studie.

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/09/2018

Mogelijkheid tot oprichting Intergemeentelijke GECORO

Een wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, voor wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna igecoro), werd definitief goedgekeurd op 7 september 2018. Hiermee wordt de bepaling van de codextrein inzake de mogelijkheid van een igecoro operationeel gemaakt (art.1.3.3 VCRO). Dit besluit bevat de nodige technische en terminologische aanpassingen van het bestaande besluit van 9 mei 2000.

De organisatie van een gecoro in intergemeentelijk samenwerkingsverband biedt ook voor kleine gemeenten de mogelijkheid om over een ruimer grondgebied de nodige deskundigheid te vinden om tot een evenwichtige samenstelling te komen. 

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een vrijstelling van gecoro aan te vragen voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners opgeheven.

De mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening treedt in werking op 1 januari 2019. Het ontwerp van besluit zal bijgevolg op hetzelfde moment in werking treden. 

De decretale bepaling vindt u in artikel 1.3.3 van de VCRO (opgelet: §11 wordt opgeheven vanaf 1/1/2019) en het besluit is terug te vinden via volgende link. Meer info vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
18/09/2018

Verwarrende melding beroepstermijn op Omgevingsloket!

Het Omgevingsloket bevat de melding einde beroepsperiode derde waarmee wordt aangegeven wanneer de beroepstermijn voor het betrokken publiek (derde-belanghebbenden) een einde neemt. Het beroep moet ingediend worden uiterlijk de dag vóór de datum die aangegeven staat op het Omgevingsloket! Het ‘einde van de beroepsperiode derde’ is dus niet de laatste dag waarop tijdig beroep kan worden aangetekend, maar wel de eerste dag waarop dit niet meer kan. Dit werd ons schriftelijk bevestigd door de diensten van het Omgevingsloket.

Gevreesd mag worden dat er hier heel wat ongelukken van zullen komen …

Referentie: PUB 507299

Gepost door Dirk Van Heuven

Tags Dirk Van Heuven, Omgevingsloket
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
18/09/2018

Over de titularis van de herstelvordering inzake onroerend erfgoed

In een arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 10 september 2018 diende het hof de vraag te beantwoorden of de herstelvordering correct werd uitgevoerd met een betekening van het herstelarrest en een bevel voorafgaand onroerend beslag ten verzoeke van het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse minister bevoegd voor Monumenten & Landschappen, voor wie optreedt de gemachtigde ambtenaar van de afdeling Monumenten & Landschappen.

Blijkt uit deze formulering voldoende dat het de gemachtigd ambtenaar inzake onroerend erfgoed is die de herstelveroordeling uitvoert en niet het Vlaams Gewest? Het Antwerpse hof meent van wel:

‘Het gegeven dat de Gemachtigde Ambtenaar Onroerend Erfgoed of de gemachtigde administrateur-generaal van het agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening zelfstandig kon opereren neemt niet weg dat deze optrad voor het Vlaamse Gewest en dit ook aldus kenbaar mocht maken zoals dat in concreto werd aangegeven. De binnen zijn decretale opdracht optredende met uitoefening van overheidsgezag belaste ambtenaar werd op afdoende wijze en overeenkomstig de organisatie en bevoegdheden van het Vlaams Gewest en van de daarbinnen opererende inspectiedienst geïdentificeerd wat functie, bestuur en adres betreft. De betekeningen gingen uit van de daartoe bevoegde en correct geïdentificeerde instantie en zijn geldig.

Dit impliceert meteen dat het hoger beroep ongegrond is.’

Mogelijks wordt cassatieberoep aangetekend.

Referentie: Antwerpen, 10 september 2018, nr. 2018/6625, ng. (Pub502585-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Erfgoed
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags