12/04/2007

"Brusselse" Mediawet gepubliceerd

Voor de inwerkingtreding van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor de distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisieomroepactiviteiten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad was er wat betreft kabeltelevisie in de hoofdstad een juridisch vacuüm. Er was immers geen specifieke regeling uitgewerkt voor Brussel. Ofschoon de wet van 6 februari 1987 van toepassing was, waren hiervoor tot het koninklijk besluit van 16 september 1993 geen uitvoeringsbesluiten uitgevaardigd.

Overeenkomstig artikel 127, § 2, van de Grondwet zouden de Gemeenschappen theoretisch bevoegd kunnen zijn voor de regelgeving over de kabeldistributie in Brussel. Maar vermits geen enkele kabelmaatschappij zich beperkt tot het uitzenden of tot klantencontacten in één taal, is de federale overheid (en meer bepaald de minister bevoegd voor de bi-communautaire instellingen) bevoegd om hier regelgevend op te treden. Blijkbaar gaat de federale overheid er ook van uit dat zij bevoegd is voor de kabeldistributie in Brussel. Door voor te schrijven dat alle distributeurs in Brussel verplicht zijn alle Nederlandstalige en Franstalige programma's door te geven, waarvan de Vlaamse en Franse Gemeenschap de uitzending in hun rechtsgebied opleggen, beschouwt de wetgever de kabelmaatschappijen als “bicommunautaire instellingen”.

Met de wet van 16 maart 2007 wijzigt het federale parlement de wet van 30 maart 1995 en zet ze de Europese Communicatierichtlijnen van 2002 in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om.

Gepost door Tim Vermeir

Tags Brussels Gewest, Elektronische communicatie, Nutsvoorzieningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/04/2007

Samenwerkingsakkoord op het vlak van elektronische communicatie

Met zijn arrest van 13 juli 2005 (Arbitragehof, nr. 128/2005) vernietigde het Arbitragehof een deel van het Mediadecreet van 7 mei 2004. Het Hof oordeelde dat de Vlaamse decreetgever, door eenzijdig de aan de radio-omroep en televisie en aan de telecommunicatie gemeenschappelijke elektronische transmissieinfrastructuur ten dele te regelen, de bevoegdheidsverdelende regels, zoals opgenomen in de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980, schond.

Als reactie op voormeld arrest van het Arbitragehof van 13 juli 2005, vorderde de Vlaamse Gemeenschap de vernietiging van de bepalingen in het decreet van 27 februari 2003 van de Franstalige gemeenschap met betrekking tot kabeldistributienetten. Het Arbitragehof ging daar met haar arrest van 8 november 2006 op in en vernietigde de artikelen 81 tot 83 en 90 tot 98 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep.

Op 17 november 2006 sloten de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap een samenwerkingsakkoord “betreffende het wederzijds consulteren bij het opstellen van regelgeving inzake elektronische communicatienetwerken, het uitwisselen van informatie en de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot elektronische communicatienetwerken door de regulerende instanties bevoegd voor telecommunicatie of radio-omroep en televisie”. Dit akkoord bepaalt dat er een interministerieel comité en een conferentie van regulatoren opgericht worden.

Het ontwerpdecreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord werd op 12 februari 2007 ingediend bij het Vlaams Parlement en op 29 maart 2007 aangenomen in de bevoegde commissie.

Gepost door Tim Vermeir

Tags Grondwettelijk Hof, Nutsvoorzieningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/04/2007

Vlaams Mediadecreet

Vermits het Arbitragehof in zijn arrest van 13 juli 2005 (Arbitragehof, nr. 128/2005) een deel van het Mediadecreet van 7 mei 2004 vernietigde, moet het Vlaamse Parlement zich kortelings uitspreken over alternatieven voor de vernietigde bepalingen.

In het ontwerpdecreet dat de Vlaamse Regering op 16 maart jl. neerlegde in het Vlaams Parlement stelt de zij voor om de vernietigde bepalingen opnieuw in te voeren, overeenkomstig de opmerking van het Arbitragehof.

Een deel van de opnieuw ingevoerde bepalingen hebben betrekking op de voorwaarden voor de aanleg van exploitatie van kabelnetwerken.

In het ontwerpdecreet herneemt de Vlaamse regering dan ook de regeling inzake de aanleg en exploitatie van de kabelnetten, zoals die voorzien waren in artikel 132 van het Mediadecreet. Deze bepalingen waren op hun beurt een kopie van de bepalingen van het Kabeldecreet van 1995. Op zijn beurt was het Kabeldecreet van 1995 weinig innovatief wat de graafrechten betreft. Het hernam de bepaling van de wet van 1987, die op zijn beurt geïnspireerd was door de Elektriciteitswet van 1925.

Innovatief? Weinig, zeer weinig.

Of vindt u het anno 2007 nog relevant dat de kabelnetoperatoren "op blijvende wijze steunen en ankers kunnen aanbrengen op muren en gevels die uitkomen op de openbare weg"? Wat bedoelt de Vlaamse decreetgever trouwens met "ondergrondse steunen" waarvan de eigenaar van de grond de verplaatsing kan vragen? Op basis van een letterlijke lezing van het ontwerpdecreet zou de eigenaar ten aanzien van een kabeldistributienet enkel de ondergrondse lijnen en de ondergrondse steunen (en dus niet de bovengrondse) kunnen doen verplaatsen. Daarenboven kan enkel de eigenaar de verplaatsing vragen (en niet de huurder of de houder van zakelijke rechten). Is dit verantwoord voor de Vlaamse decreetgever?

Het enkele feit dat de regels inzake graafrechten nu voorgelegd worden aan het Overlegcomité (zie post hieronder) verandert weinig aan de vaststelling dat de Vlaamse overheid nog steeds regels hanteert die ondertussen al 90 jaar oud zijn.

Gepost door Tim Vermeir

Tags Elektronische communicatie, Graafrechten, Nutsvoorzieningen, Samenwerkingsakkoord
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
29/03/2007

Elektronische communicatiediensten

In het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2007 verscheen het koninklijk besluit van 7 maart 2007 betreffende de kennisgeving van elektronische communicatiediensten en -netwerken.

Dit KB regelt de kennisgeving van elektronische-communicatiediensten en -netwerken. Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (de "Machtigingsrichtlijn") vervangt immers het vergunningsregime door een notificatieregime. Deze richtlijn werd omgezet in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie waaraan dit besluit de uitvoering verleent.

Teneinde alle misverstanden te vermijden vermeldt het Verslag aan de Koning dat een kennisgeving conform het koninklijk besluit vereist is voor het aanbieden van elektronische-communicatiediensten en -netwerken. Vereist is aldus het terbeschikkingstellen van deze faciliteiten aan derden. Elektronische communicatiediensten of -netwerken die voor louter eigen gebruik worden aangewend, behoeven geen kennisgeving.

Met het oog op de administratieve vereenvoudiging werd ervoor geopteerd om de aangifteregeling te vervangen. Het nieuwe besluit zal voortaan volstaan om iedere vorm van kennisgeving te regelen.

Gepost door Tim Vermeir

Tags Elektronische communicatie, Nutsvoorzieningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags