26/11/2007

Sneller van start met bouwwerken en exploitatie van een milieuvergunningplichtige inrichting

De werken aan een gebouw en de exploitatie van een Vlarem-inrichting kunnen maar starten als de stedenbouwkundige vergunning én de milieuvergunning definitief geworden zijn.Onder de werking van het decreet van 19 mei 2006 kon een milieuvergunning maar definitief worden indien geen beroep werd ingesteld bij de Raad van State of wanneer het beroep bij de Raad van State werd afgewezen. Hierdoor konden kwaadwillige concurrenten en omwonenden de uitvoering van de bouw- en inrichtingswerken tegenhouden door zonder gegronde redenen een procedure aan te spannen bij de Raad van State.De decreetgever heeft dit ingezien. Door het decreet van 9 november 2007 verliest het instellen van een beroep bij de Raad van State zijn schorsende werking en kunnen particulieren, ondernemingen en overheden sneller van start gaan met de werken en de exploitatie.De nieuwe regeling kent evenwel ook nadelen:-Omwonenden en natuurverenigingen die terechte blijvende schade vrezen, kunnen de werken en exploitatie niet meer tegenhouden, dan tenzij met een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. -De bouwheer/exploitant draagt het volle risico bij het aanvatten van bouwwerken en de exploitatie, tijdens de looptijd van een beroepsprocedure bij de Raad van State.

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
13/11/2007

Nieuwe plan-MER-regels in het Vlaamse Gewestvanaf 1 december 2007

Vanaf 1 december 2007 wijzigt de reglementering aangaande milieueffectenrapportage over plannen en programma’s. Het wijzigingsdecreet van 27 april 2007 bepaalt trapsgewijs in drie fasen of een plan of programma MER-plichtig is:• In een eerste fase wordt nagegaan of het effectief om een “plan” of “programma” gaat. Zo worden bijvoorbeeld masterplannen en strategische plannen van de MER-plicht uitgesloten.• In een tweede fase wordt nagaan of de plannen en programma’s “een kader vormen voor de toekenning van een vergunning”. Een ruimtelijk structuurplan, een afvalbeleidsplan en een mobiliteitsplan zijn bijvoorbeeld niet langer MER-plichtig.• In een derde fase wordt aan de hand van een aantal criteria een onderscheid gemaakt tussen van rechtswege MER-plichtige plannen en programma’s en de overige plannen en programma’s waarbij moet nagegaan worden of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten teweegbrengt. Nieuw is ook dat de plan-MER zelf aan een openbaar onderzoek onderworpen wordt en niet alleen het plan of programma zelf.

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/11/2007

KLIP in de Beleidsbrief Geografische Informatie van Minister-President Peeters

In zijn Beleidsbrief Geografische Informatie - Beleidsprioriteiten 2007-2008 stelt Minister-President Kris Peeters over het KLIP:

"Nu het Kabel en Leiding Informatie Portaal (KLIP) sinds begin 2007 operationeel is kunnen alle kabel- en leidingbeheerders correcter, uniformer en efficiënter werken. Het KLIP levert tijdswinst op en vermindert de administratieve lasten en kosten aanzienlijk. Dat op zo’n korte tijd zo intensief gebruik wordt gemaakt van het KLIP, kan zonder twijfel een succes worden genoemd. De Vlaamse Regering heeft op vrijdag 29 juni 2007 het voorontwerp van KLIP-decreet principieel goedgekeurd. Het KLIP-decreet voorziet enerzijds in een verplichting voor aannemers om zich, naar aanleiding van grondwerken, te informeren over de ligging van kabels en leidingen en anderzijds in een verplichting voor de kabel- en leidingbeheerders om informatie in het KLIP in te voeren over kabels en leidingen. In 2008 zal ik het ontwerp van KLIP-decreet voorleggen aan het Vlaamse Parlement ter goedkeuring."

Gepost door Tim Vermeir

Tags Graafrechten, Nutsvoorzieningen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/11/2007

Dirk Van Heuven en Jan Beleyn publiceren artikel: "Verjaring herstelvorderingen" (NjW 2007, 732-736)

Het reeds veel besproken decreet van 4 juni 2003 heeft artikel 146 lid 3 Stedenbouwdecreet 1999 in die zin gewijzigd dat onder bepaalde omstandigheden 'de strafsanctie niet geldt' voor instandhoudingsmisdrijven in stedenbouwaangelegenheden. De wat ongelukkige formulering van deze regeling heeft geleid tot een felle discussie in rechtspraak en rechtsleer over de vraag of er sprake is van een strafuitsluitingsgrond dan wel van een opheffing van het strafrechtelijk karakter van de instandhouding van wederrechtelijk uitgevoerde werken en handelingen. De auteurs verdedigen nadrukkelijk de tweede visie, en verduidelijken de gevolgen hiervan voor de verjaring van de herstelvordering. Hun conclusie luidt dat, in acht genomen dat artikel 2262bis § 1 lid 2 en 3 B.W. van toepassing is op de herstelvordering, er vanaf 22 augustus 2008, dit is 5 jaar na de inwerkingtreding van het decreet van 4 juni 2003, sprake kan zijn van verjaring van de herstelvordering voor stedenbouwkundige instandhoudingsmisdrijven in andere dan kwetsbare gebieden.

Blog Publius Nieuws
Tags Dirk Van Heuven, Jan Beleyn, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags